Wat doet een bank met je spaargeld? Zo werkt een spaarrekening
Je spaargeld ligt niet simpelweg in een kluis en wordt ook niet één-op-één uitgeleend. Lees hoe banken spaargeld gebruiken, krediet verlenen, rente betalen en opnames mogelijk maken.

Wanneer je €10.000 op een spaarrekening zet, zie je in je bankomgeving een saldo van €10.000. Maar waar is dat geld vervolgens? Ligt het in een kluis totdat je het weer opneemt? Leent de bank precies jouw €10.000 uit aan iemand met een hypotheek? En waar komt de rente vandaan die je over je spaargeld ontvangt?
De werkelijkheid is iets ingewikkelder. Je spaarsaldo is juridisch een tegoed dat je bij de bank hebt: de bank heeft een verplichting om dat bedrag aan jou terug te betalen. Tegelijkertijd gebruikt een bank deposito’s als een belangrijke financieringsbron voor haar activiteiten, waaronder kredietverlening.
Dat betekent echter niet dat jouw individuele euro’s apart worden gehouden en vervolgens één-op-één aan iemand anders worden uitgeleend. Om te begrijpen wat er met spaargeld gebeurt, helpt het om naar de balans van een bank te kijken.
Wat is je spaargeld voor een bank?
Als klant zie je geld op je spaarrekening als bezit. Voor de bank is datzelfde bedrag juist een verplichting.
Staat er €10.000 op jouw spaarrekening, dan heeft de bank in beginsel de verplichting om jou die €10.000 terug te betalen wanneer de voorwaarden van de rekening dat toelaten.
Op de balans van een bank staat je spaargeld daarom aan de kant van de verplichtingen, ook wel passiva genoemd. Daartegenover staan bezittingen en vorderingen van de bank, de activa.
Tot die activa kunnen bijvoorbeeld behoren:
hypotheekleningen;
zakelijke leningen;
consumentenkredieten;
obligaties en andere effecten;
geld dat de bank bij andere financiële instellingen aanhoudt;
liquide middelen en reserves bij de centrale bank.
Een bank bestaat economisch dus voor een belangrijk deel uit twee kanten: geld dat zij verschuldigd is aan onder andere spaarders en andere financiers, en bezittingen en leningen waarop zij inkomsten kan verdienen.
Leent de bank jouw spaargeld uit?
Vaak wordt bankieren als volgt uitgelegd: jij stort €10.000, de bank houdt een klein gedeelte achter en leent de rest uit aan iemand anders.
Dat is als eenvoudige vergelijking begrijpelijk, maar niet volledig hoe moderne banken werken.
Wanneer een bank bijvoorbeeld een nieuwe lening van €250.000 verstrekt, hoeft zij niet eerst exact €250.000 van een andere spaarder te zoeken en datzelfde geld door te geven. Bij het verstrekken van de lening ontstaat aan de ene kant van de bankbalans een vordering op de kredietnemer. Tegelijkertijd kan op een bankrekening een nieuw deposito ontstaan.
De Europese Centrale Bank beschrijft dit als het creëren van commercieel bankgeld door het vergroten van de balans van een bank. Wanneer een lening later wordt afgelost, verdwijnt dat gecreëerde bankgeld weer.
Het is daarom niet correct om te zeggen dat jouw specifieke €10.000 wordt gelabeld en vervolgens bijvoorbeeld in de hypotheek van één andere klant terechtkomt.
Waarom hebben banken dan spaargeld nodig?
Dat banken bij kredietverlening geld kunnen creëren, betekent niet dat spaargeld onbelangrijk is. Integendeel: deposito’s van huishoudens en bedrijven zijn een belangrijke vorm van financiering voor banken.
Een bank moet haar activiteiten namelijk structureel financieren en ervoor zorgen dat zij betalingen en geldopnames kan uitvoeren. Spaargeld kan daarbij een relatief stabiele financieringsbron zijn.
Naast spaargeld kunnen banken zich onder meer financieren via:
deposito’s van bedrijven;
obligaties die de bank uitgeeft;
leningen op financiële markten;
financiering van andere banken;
eigen vermogen;
onder voorwaarden financiering via de centrale bank.
Welke combinatie een bank gebruikt, verschilt sterk per bedrijfsmodel. Een retailbank die veel hypotheken verstrekt kan bijvoorbeeld veel meer afhankelijk zijn van spaargeld dan een bank die zich vooral via professionele financiële markten financiert.
Wat doet een bank vervolgens met haar financiering?
Een belangrijk deel van het bedrijfsmodel van traditionele banken bestaat uit het verstrekken van krediet.
Denk bijvoorbeeld aan:
een hypotheek waarmee een huishouden een woning koopt;
een zakelijke lening waarmee een onderneming investeert;
een consumptief krediet;
kredietlijnen aan ondernemingen.
De bank ontvangt rente over deze leningen. Tegelijkertijd betaalt zij zelf rente over een deel van haar financiering, waaronder spaargeld.
Een bank kan daarnaast financiële activa aanhouden, zoals obligaties, en houdt liquide middelen aan om aan betalingen en andere verplichtingen te kunnen voldoen.
Het geld van alle spaarders vormt daarbij geen afzonderlijke pot waarvan de bank per klant bepaalt waar zijn of haar euro’s terechtkomen. Banken beheren hun financiering, bezittingen, liquiditeit en risico’s op het niveau van de gehele balans.
Hoe verdient een bank geld aan spaargeld?
Een belangrijk onderdeel van het verdienmodel van een bank is de rentemarge.
Stel vereenvoudigd dat een bank gemiddeld 4% rente ontvangt over bepaalde leningen en gemiddeld 2% betaalt over de financiering die daar tegenover staat. Het verschil van 2 procentpunt is niet automatisch winst, maar vormt onderdeel van de bruto rentemarge.
Van die inkomsten moet de bank namelijk nog allerlei kosten en risico’s betalen, waaronder:
personeel en IT-systemen;
kantoren en klantenservice;
toezicht- en compliancekosten;
verliezen wanneer kredietnemers hun lening niet terugbetalen;
kosten voor andere vormen van financiering;
kapitaal- en liquiditeitsbuffers.
Daarnaast verdienen banken geld aan andere activiteiten en diensten. De spaarrente kan dus niet simpelweg worden berekend door de hypotheekrente te nemen en daar een vaste winstmarge vanaf te trekken.
Waarom krijg jij rente over je spaargeld?
De spaarrente kun je zien als de prijs die een bank bereid is te betalen voor deze vorm van financiering.
Heeft een bank veel behoefte aan extra deposito’s, dan kan een hogere spaarrente aantrekkelijk zijn om nieuw geld aan te trekken. Heeft een bank al ruim voldoende stabiele financiering, dan is die prikkel kleiner.
Dat helpt verklaren waarom twee banken in dezelfde renteomgeving toch verschillende spaarrentes kunnen aanbieden.
Ook andere factoren spelen mee, zoals:
de concurrentie tussen banken;
de hoeveelheid spaargeld die klanten al bij de bank aanhouden;
de groei van de kredietportefeuille;
de kosten van alternatieve financiering;
geldmarktrentes en het rentebeleid van de ECB;
de looptijd en voorwaarden van het spaarproduct;
de commerciële strategie van de bank.
Meer over deze verschillen lees je in waarom sommige buitenlandse banken een hogere spaarrente bieden.
Waarom kan een bank 10 jaar uitlenen terwijl jij morgen kunt opnemen?
Dit is een belangrijk onderdeel van bankieren. Een bank kan bijvoorbeeld hypotheken met een looptijd van tientallen jaren op haar balans hebben, terwijl een spaarder geld op een vrij opneembare spaarrekening veel sneller kan terugvragen.
Banken kunnen dit doen omdat normaal gesproken niet alle klanten op hetzelfde moment al hun geld opnemen. De bank beheert tegelijkertijd haar liquiditeit zodat zij betalingen en opnames kan uitvoeren.
Daarvoor houdt een bank onder meer liquide middelen aan. Een deel daarvan bestaat uit centralebankreserves: geld dat commerciële banken op rekeningen bij hun centrale bank aanhouden.
Daarnaast kan een bank beschikken over activa die relatief eenvoudig kunnen worden verkocht of als onderpand kunnen worden gebruikt, en kan zij onder voorwaarden andere financieringsbronnen aanspreken.
Het verschil tussen de looptijd van bezittingen en verplichtingen is een normaal onderdeel van bankieren, maar brengt ook risico met zich mee. Banken moeten daarom hun liquiditeit, financiering en risico’s voortdurend beheren.
Wat als iedereen tegelijkertijd zijn spaargeld wil opnemen?
Wanneer uitzonderlijk veel klanten tegelijkertijd hun geld willen opnemen, spreken we van een bankrun.
Een bank kan financieel bezittingen hebben die op lange termijn waardevol zijn, zoals hypotheken, maar deze niet allemaal onmiddellijk in cash kunnen omzetten zonder verlies. Een plotselinge en zeer grote uitstroom van deposito’s kan daardoor voor liquiditeitsproblemen zorgen.
Juist daarom bestaan er toezichtregels, liquiditeitsbuffers, centrale banken en depositogarantiestelsels. Deze mechanismen moeten de kans verkleinen dat problemen bij één bank onmiddellijk leiden tot verlies van vertrouwen in het bredere financiële systeem.
Wat gebeurt er als een bank failliet gaat?
Een bank kan ondanks toezicht en buffers failliet gaan. Voor spaarders bestaat daarom het depositogarantiestelsel.
Bij een Nederlandse bank beschermt de Nederlandse Depositogarantie in aanmerking komende banktegoeden in beginsel tot maximaal €100.000 per persoon, per bank. Het gaat daarbij om het totaal van je beschermde rekeningen bij dezelfde bankvergunning, niet om €100.000 per afzonderlijke rekening.
Heb je bijvoorbeeld €70.000 op een spaarrekening en €40.000 op een betaalrekening bij dezelfde bank, dan bedraagt je totale tegoed €110.000. Daarvan valt onder de standaardregeling in beginsel maximaal €100.000 onder de depositogarantie.
Meer hierover lees je in het depositogarantiestelsel: bescherming van spaargeld uitgelegd.
Is geld in een beleggingsfonds hetzelfde als spaargeld?
Nee. Dit onderscheid is belangrijk.
Geld dat juridisch als deposito op een bankrekening staat, is iets anders dan vermogen dat wordt belegd in bijvoorbeeld:
aandelen;
obligaties;
ETF’s;
beleggingsfondsen;
geldmarktfondsen.
Een belegging is geen bankdeposito en valt daarom niet automatisch onder het depositogarantiestelsel. Hiervoor kunnen andere regels voor vermogensscheiding en beleggersbescherming gelden.
Dit onderscheid is vooral belangrijk bij financiële apps waarin sparen, cashbeheer en beleggen naast elkaar worden aangeboden. Een goed voorbeeld is de Scalable Capital Overnight Account, waarbij de manier waarop cash wordt aangehouden kan afhangen van het gekozen prijsmodel en de actuele verdeling.
Waarom geeft de ene bank meer spaarrente dan de andere?
Nu duidelijk is waarvoor spaargeld voor een bank dient, wordt ook begrijpelijker waarom spaarrentes zo sterk kunnen verschillen.
Een bank die veel nieuwe leningen wil verstrekken en extra stabiele financiering nodig heeft, kan bereid zijn spaarders meer te betalen. Een andere bank kan al een grote hoeveelheid spaargeld hebben of relatief goedkoop andere financiering kunnen aantrekken.
De hoogste spaarrente betekent daarom niet automatisch dat een bank meer winst maakt of dat er iets mis is met de bank. Het rentepercentage weerspiegelt onder meer hoeveel waarde een bank op dat moment hecht aan extra spaargeld.
Daarom kunnen kleinere of buitenlandse banken soms duidelijk meer rente bieden dan Nederlandse grootbanken.
Wat betekent dit als je een spaarrekening vergelijkt?
Voor jou als spaarder hoef je niet de volledige bankbalans te analyseren voordat je een rekening opent. Wel helpt deze achtergrond om te begrijpen waarom alleen naar de merknaam van een bank kijken weinig zegt over de rente.
Controleer bij een spaarrekening vooral:
de actuele rente;
of de rente vast, variabel of tijdelijk is;
over welk deel van je saldo de rente geldt;
hoe gemakkelijk je het geld kunt opnemen;
bij welke juridische bank het geld wordt aangehouden;
welk depositogarantiestelsel van toepassing is;
of het product daadwerkelijk een bankdeposito is.
Meer uitleg over deze eigenschappen vind je in wat betekenen de voorwaarden van een spaarrekening?.
Wil je verschillende aanbieders naast elkaar zetten, bekijk dan het spaarrenteoverzicht van RevoSave.
Samengevat
Je spaargeld ligt niet als een afzonderlijk stapeltje geld in een bankkluis. Het saldo op je rekening is een vordering die jij op de bank hebt en daarmee een verplichting van de bank aan jou.
Banken gebruiken deposito’s als een belangrijke bron van financiering en hebben aan de andere kant van hun balans onder meer hypotheken, zakelijke leningen, effecten en liquide middelen.
Het is tegelijkertijd te simpel om te zeggen dat de bank jouw specifieke spaargeld één-op-één uitleent. Wanneer banken nieuwe kredieten verstrekken, kan daarbij nieuw commercieel bankgeld ontstaan. Spaargeld blijft echter belangrijk voor de financiering en liquiditeit van de bank.
Banken betalen rente om spaargeld aan te trekken en te behouden. Hoe hoog die rente is, hangt onder meer af van hun financieringsbehoefte, concurrentie, alternatieve financieringskosten en de algemene renteomgeving.
Voor spaarders blijft uiteindelijk vooral belangrijk dat duidelijk is waar het geld wordt aangehouden, welke rente en voorwaarden gelden en welk depositogarantiestelsel van toepassing is.
Bronnen
Van uitleg naar vergelijken
Bekijk welke rente en voorwaarden bij je passen
Vergelijk actuele spaarrekeningen en deposito’s van Nederlandse en Europese banken.