- Mediane spaarrente
- De middelste waarde nadat alle geselecteerde bankrentes van laag naar hoog zijn gerangschikt. Bij een even aantal banken het gemiddelde van de twee middelste waarden. Iedere bank weegt even zwaar, ongeacht hoeveel spaargeld er staat. Dit is het hoofdcijfer van de Spaarindex.
- Gemiddelde spaarrente
- De som van de geselecteerde bankrentes gedeeld door het aantal banken. Deze maatstaf is gevoeliger voor uitschieters en staat naast de mediaan, niet ervoor in de plaats.
- Competitieve spaarrente
- Het rekenkundig gemiddelde van het hoogst betalende kwart van de gevolgde banken, naar boven afgerond op hele banken. Het aantal banken in deze kopgroep wordt bij iedere meting gepubliceerd: op 17 augustus 2026 waren dat 6 van de 21 banken.
- Hoogste jaaropbrengst
- De hoogste vergelijkingsrente in de markt: het aanbod dat over twaalf maanden het meeste oplevert, nadat tijdelijke renteperioden vergelijkbaar zijn gemaakt. Dit is niet automatisch het hoogst geadverteerde percentage.
- Hoogste spaarrente
- Het hoogste percentage dat op de meetdatum wordt geadverteerd door de gevolgde banken, zoals het op de bronpagina staat. Rust dat cijfer op een tijdelijke actie, dan levert het over een vol jaar minder op dan het lijkt.
- Gemiddelde spaarrente grootbanken
- Het ongewogen gemiddelde van ABN AMRO, ING en Rabobank bij €20.000. De gepubliceerde rentestaffels worden per saldodeel exact doorgerekend, zodat het percentage klopt voor dat hele saldo en niet alleen voor de eerste schijf.
- ECB-depositorente
- De rente die banken ontvangen op tegoeden bij de Europese Centrale Bank. Een beleidsrente en geen consumentenspaarrente, opgenomen als referentiepunt waartegen de marktrentes zijn af te lezen.
- Gemiddelde spaarrente van huishoudens
- De rente die Nederlandse huishoudens feitelijk ontvangen op vrij opneembaar spaargeld, gewogen naar het saldo per bank. Dit is de enige maatstaf die niet door RevoSave wordt berekend; de bron is de MFI-rentestatistiek van DNB en de ECB. De reeks verschijnt maandelijks en loopt daardoor achter op de dagelijkse meting.
Waarom een mediaan voor de markt en een gemiddelde voor de kopgroep?
De renteverdeling in de markt is scheef: een handvol banken betaalt fors meer dan de rest. Een gemiddelde wordt door die uitschieters omhoog getrokken, ook als het midden van de markt niet is bewogen. De mediaan heeft daar geen last van en laat zien wat een doorsnee bank biedt. Daarom is dat het hoofdcijfer.
De kopgroep is iets anders: geen dwarsdoorsnede van de markt, maar een bewust afgebakende groep waarin iedere bank thuishoort omdat ze is geselecteerd. Voor zo’n groep is het rekenkundig gemiddelde de gebruikelijke samenvatting. Een mediaan van het bovenste kwart zou neerkomen op een willekeurig percentiel van de totale markt.
Let bij het vergelijken van metingen op de omvang van de kopgroep. Die telt hele banken en wordt naar boven afgerond, dus bij een groeiende marktpopulatie kan de groep met één bank tegelijk groter worden. De competitieve spaarrente verschuift dan zonder dat één bank zijn rente heeft gewijzigd. Het gepubliceerde aantal banken in de kopgroep maakt zo’n overgang zichtbaar.
Ontbrekende dagen zijn opzet. Kan een van de drie grootbanken op een meetdag niet betrouwbaar worden uitgelezen, dan publiceert RevoSave die dag helemaal geen meting. Grootbanken staan onderaan de renteverdeling, dus een populatie zonder een van hen zou een te hoge mediaan opleveren. Een gat in de reeks betekent dus een afgekeurde meting, niet een gemiste dag.