RevoSave

Methodologie Spaarindex

Hoe komt RevoSave tot de kerngetallen in de Spaarindex?

Elk kerngetal op de Spaarindex is een keuze: welke producten meetellen, bij welk bedrag wordt gerekend en hoe een tijdelijke actierente meeweegt. Op deze pagina staan die keuzes uitgeschreven, zodat iedere meting na te rekenen is.

De voorbeelden op deze pagina komen uit de meting van 1 oktober 2026 over 33 banken. De reeks draagt per meting een eigen technische datasetversie. De meting hierboven staat op 4.1-four-banks, oudere metingen op een andere. Elke versie staat per rij in de CSV-export, samen met de grondslag waarop dat punt is berekend.

Bronnen

Waar elk kerngetal vandaan komt

Iedere maatstaf op de Spaarindex is te herleiden tot een controleerbare bron. De marktcijfers komen uit de eigen RevoSave-database; de referentierentes komen van de Europese Centrale Bank en zijn per reeks direct opvraagbaar.

Mediaan, gemiddelde, kopgroep en hoogste rentes

Berekend uit de RevoSave-database: dagelijks verzamelde rentes en voorwaarden uit de openbare bronpagina’s van de gevolgde banken, gestructureerd gecontroleerd en als historische meting vastgelegd.

Bekijk het dataproces

Gemiddelde spaarrente grootbanken

Berekend uit de gepubliceerde rentestaffels van ABN AMRO, ING, Rabobank en ASN Bank, exact doorgerekend tot €20.000. Iedere staffel heeft een bron-URL, een controledatum en een expliciete geldigheidsperiode.

Zo werkt een rentestaffel

Gemiddelde spaarrente van huishoudens

MFI-rentestatistiek (MIR) over deposito’s met opzegtermijn van huishoudens: aangeleverd door De Nederlandsche Bank, gepubliceerd door de Europese Centrale Bank. Gewogen naar uitstaande saldi.

MIR.M.NL.B.L23.A.R.A.2250.EUR.N

Open de reeks bij de ECB

ECB-depositorente

De rente die banken ontvangen op tegoeden bij de Europese Centrale Bank. Een beleidsrente, geen consumentenspaarrente, opgenomen als referentiepunt voor de marktrentes.

FM.D.U2.EUR.4F.KR.DFR.LEV

Open de reeks bij de ECB

Rentestaffel ABN AMRO

Direct Sparen. Laatst gecontroleerd op 4 augustus 2026.

Actuele rente en saldoklassen ABN AMRO

Rentestaffel ING

Oranje Spaarrekening. Laatst gecontroleerd op 4 augustus 2026.

Rentebericht Oranje Spaarrekening ING

Rentestaffel Rabobank

Rabo SpaarRekening. Laatst gecontroleerd op 4 augustus 2026.

Rentewijzigingen Rabo SpaarRekening

Rentestaffel ASN Bank

ASN Sparen. Laatst gecontroleerd op 6 september 2026.

ASN Sparen: saldoklassen vanaf 18 november 2025

Selectie

Wanneer telt een product mee?

De meting begint bij een afbakening. Alleen producten die aan alle onderstaande voorwaarden voldoen komen in de verdeling waaruit mediaan, gemiddelde en kopgroep volgen.

1. Selectie van producten

Welke spaarrekeningen tellen mee?

  • De bank is actief in de RevoSave-database.
  • Het spaarproduct is actief; commerciële zichtbaarheid of een affiliate-relatie speelt geen rol.
  • Het gaat om een variabel eurospaarproduct: vrij opneembaar, met een rente die de bank dagelijks kan wijzigen.
  • De geadverteerde rente is hoger dan nul.
  • Er is een actuele spaarrente bekend, doorgerekend over het rekenbedrag: een percentage dat een nieuwe klant die dag kan afsluiten.

Deposito’s blijven buiten de meting: daar ligt de rente voor een vaste looptijd vast, en dat is een ander product met een andere afweging. De depositomarkt wordt apart gemeten en op de Spaarindex beschrijvend weergegeven.

2. Iedere juridische bank één keer

Waarom krijgt een bank geen extra gewicht?

Welke aanbiedingen meetellen hangt af van wat het kerngetal beschrijft. De beschrijvende kerngetallen (de mediane spaarrente, de gemiddelde spaarrente en de competitieve spaarrente) tellen bankvergunningen. De afneembare kerngetallen (de hoogste jaaropbrengst en de hoogste spaarrente) tellen aanbiedingen: alles wat een spaarder vandaag daadwerkelijk kan openen, ook wanneer dat via een platform loopt.

Voor de beschrijvende kerngetallen wordt per juridische bank alleen het product met de hoogste actuele spaarrente opgenomen. Meerdere producten of merken onder dezelfde bankvergunning krijgen daardoor niet automatisch meer invloed op de mediaan of het gemiddelde. In de laatste meting geldt dat voor Santander en Openbank, die samen onder Open Bank, S.A. vallen.

Platformaanbiedingen tellen om dezelfde reden niet als een extra bank in de marktverdeling: het geld komt bij een onderliggende bank te staan, en die banken zitten al in de meting. Bij de laatste meting gaat het om het aanbod van Raisin. Zo'n aanbieding kan wél de hoogste spaarrente of de hoogste jaaropbrengst zijn, want dat zijn afneembare kerngetallen en zo'n aanbieding is afneembaar.

Daaruit volgt iets dat de moeite van het benoemen waard is: de hoogste spaarrente is niet altijd de bovenkant van de verdeling waarvan de mediane spaarrente het midden is. Staat er een platformactie boven de best betalende bank, dan ligt het hoogste percentage boven het maximum van de gemeten populatie.

3. Twee grondslagen, elk voor een ander soort kerngetal

Hoe worden tijdelijke actierentes verwerkt?

Dat hangt af van wat het kerngetal beschrijft. De mediane spaarrente, de gemiddelde spaarrente en de competitieve spaarrente beschrijven de stand van de markt. Daar telt een actierente mee op haar volle waarde: het is de rente die vandaag in de markt staat. Aan een mediaan valt niets af te nemen, dus de vraag wat een spaarder er een vol jaar aan overhoudt is daar niet aan de orde.

Bij de hoogste jaaropbrengst hoort wél een rekening die je kunt openen, en daar is het twaalfmaandsperspectief juist het punt. Wanneer een actierente en een betrouwbare vervolgrente bekend zijn, combineert RevoSave beide percentages naar rato van het aantal maanden. Een actie zonder bekende duur of betrouwbare vervolgrente telt niet mee in die twaalfmaandsvergelijking. De bank blijft dan wel in de mediaan en het gemiddelde, met haar actuele rente.

Heeft een actierente geen vaste vervolgrente voor hetzelfde product, dan gebruikt RevoSave voor de resterende maanden de hoogste actuele reguliere variabele rente die bij diezelfde aanbieder beschikbaar is. Deze aanname wordt bij het aanbod vermeld.

Deze twaalfmaandsuitkomst heet op de Spaarindex de jaaropbrengst. Tot 27 augustus 2026 rustten álle marktmaatstaven erop, ook de mediaan en het gemiddelde. Sindsdien staat alleen de hoogste jaaropbrengst er nog op; zie de versienotitie onderaan deze pagina.

Vereenvoudigde formule

actuele spaarrente = hoogste percentage dat een nieuwe klant vandaag krijgt, over €20.000

jaaropbrengst = (actierente × actiemaanden + vervolgrente × overige maanden) ÷ 12

De berekening gebruikt de voorwaarden op de meetdatum. Een variabele rente kan gedurende de volgende twaalf maanden wijzigen.

Loopt een actie nog, maar is de uiterste aanmelddatum verstreken, dan telt de actierente niet meer mee: een nieuwe klant kan die rekening dan niet meer op die voorwaarden openen. Voor dat product rekent de meting vanaf die dag met de reguliere rente van dezelfde rekening. Is die niet bekend, dan levert het product geen actuele spaarrente op en valt het met een reden uit de meting; de controlegegevens bij iedere meting laten zien welk product dat was.

De uitkomst is een nominale bruto rente zonder rente-op-rente, op een vast rekenbedrag van €20.000. De bijschrijffrequentie staat per product wel in de vergelijker, maar telt bewust niet mee in de index: dan zou een deel van het verschil met de geadverteerde rente uit de bijschrijving komen in plaats van uit de actierente.

De kerngetallen

Wat elk cijfer precies meet

Acht maatstaven beschrijven dezelfde markt vanuit een ander punt. Hieronder staat per maatstaf de definitie, plus waarom die is gekozen.

Mediane spaarrente
De middelste waarde nadat alle geselecteerde bankrentes van laag naar hoog zijn gerangschikt. Bij een even aantal banken het gemiddelde van de twee middelste waarden. Iedere bank weegt even zwaar, ongeacht hoeveel spaargeld er staat. Dit is het hoofdcijfer van de Spaarindex.
Gemiddelde spaarrente
De som van de geselecteerde bankrentes gedeeld door het aantal banken. Deze maatstaf is gevoeliger voor uitschieters en staat naast de mediaan, niet ervoor in de plaats.
Competitieve spaarrente
Het rekenkundig gemiddelde van het hoogst betalende kwart van de gevolgde banken, naar boven afgerond op hele banken. Het aantal banken in deze kopgroep wordt bij iedere meting gepubliceerd: op 1 oktober 2026 waren dat 9 van de 33 banken.
Hoogste jaaropbrengst
Het aanbod dat volgens de voorwaarden op de meetdatum over twaalf maanden het meeste bruto rente zou opleveren bij €20.000, nadat tijdelijke renteperioden tot één percentage per aanbieding zijn herleid. Dit is niet automatisch het hoogst geadverteerde percentage. Variabele rentes kunnen wijzigen; eventuele rekening- en abonnementskosten zijn niet afgetrokken.
Hoogste spaarrente
Het hoogste percentage dat op de meetdatum wordt geadverteerd door de gevolgde banken en dat een nieuwe klant die dag ook kan afsluiten, zoals het op de bronpagina staat. Is de aanmeldtermijn van een actie verstreken, dan telt de reguliere rente van diezelfde rekening. Rust het cijfer op een lopende actie, dan kan de opbrengst over een vol jaar lager liggen dan dit percentage.
Gemiddelde spaarrente grootbanken
Het ongewogen gemiddelde van ABN AMRO, ING, Rabobank en ASN Bank bij €20.000. De gepubliceerde rentestaffels worden per saldodeel exact doorgerekend, zodat het percentage klopt voor dat hele saldo en niet alleen voor de eerste schijf.
ECB-depositorente
De rente die banken ontvangen op tegoeden bij de Europese Centrale Bank. Een beleidsrente en geen consumentenspaarrente, opgenomen als referentiepunt waartegen de marktrentes zijn af te lezen.
Gemiddelde spaarrente van huishoudens
De rente die Nederlandse huishoudens feitelijk ontvangen op vrij opneembaar spaargeld, gewogen naar het saldo per bank. Dit is de enige maatstaf die niet door RevoSave wordt berekend; de bron is de MFI-rentestatistiek van DNB en de ECB. De reeks verschijnt maandelijks en loopt daardoor achter op de dagelijkse meting.

Waarom een mediaan voor de markt en een gemiddelde voor de kopgroep?

De renteverdeling in de markt is scheef: een handvol banken betaalt fors meer dan de rest. Een gemiddelde wordt door die uitschieters omhoog getrokken, ook als het midden van de markt niet is bewogen. De mediaan heeft daar geen last van en laat zien wat een doorsnee bank biedt. Daarom is dat het hoofdcijfer.

De kopgroep is iets anders: geen dwarsdoorsnede van de markt, maar een bewust afgebakende groep waarin iedere bank thuishoort omdat ze is geselecteerd. Voor zo’n groep is het rekenkundig gemiddelde de gebruikelijke samenvatting. Een mediaan van het bovenste kwart zou neerkomen op een willekeurig percentiel van de totale markt.

Let bij het vergelijken van metingen op de omvang van de kopgroep. Die telt hele banken en wordt naar boven afgerond, dus bij een groeiende marktpopulatie kan de groep met één bank tegelijk groter worden. De competitieve spaarrente verschuift dan zonder dat één bank zijn rente heeft gewijzigd. Het gepubliceerde aantal banken in de kopgroep maakt zo’n overgang zichtbaar.

Ontbrekende dagen zijn opzet. Kan een van de grootbanken op een meetdag niet betrouwbaar worden uitgelezen, dan publiceert RevoSave die dag helemaal geen meting. Grootbanken staan onderaan de renteverdeling, dus een populatie zonder een van hen zou een te hoge mediaan opleveren. Een gat in de reeks betekent dus een afgekeurde meting, niet een gemiste dag.

Uitsluitingen

Ook gemeten, maar niet meegeteld in de mediaan

Deze aanbiedingen zijn op dezelfde dag verzameld en kunnen wel de hoogste geadverteerde rente van de markt zijn. Ze tellen niet mee in de verdeling, want de Spaarindex telt banken en geen merken.

Waarom telt één vergunning één keer?

Twee merken onder dezelfde bankvergunning zijn juridisch één bank: één balans, één toezichthouder en samen één keer de depositogarantie. Dat laatste is de zwaarste reden. Wie bij allebei de merken geld stalt, heeft de som daarvan onder één garantie staan en niet onder twee. Ze als losse banken tonen zou een spreidingsmogelijkheid suggereren die er niet is. Vandaag speelt dat bij Santander en Openbank, samen Open Bank, S.A.

Daarnaast zou het die ene bank twee stemmen geven. De mediaan is daar tamelijk ongevoelig voor, want één vergunning zou een handvol merken nodig hebben om het midden merkbaar te verschuiven. Het gemiddelde en de competitieve spaarrente zijn dat niet. De kopgroep beslaat iets meer dan een kwart van de banken, en twee aanbiedingen van dezelfde vergunning kunnen daar samen in belanden: dan draagt één balans een deel van het cijfer dat zegt wat de best betalende banken betalen.

Welke aanbieding de vergunning vertegenwoordigt, is de hoogste. Dat volgt dezelfde regel die binnen één bank al geldt en sluit aan op wat een nieuwe klant er vandaag kan krijgen. Het betekent wel dat de mediane spaarrente het midden is van een verdeling van beste aanbiedingen per vergunning, en niet van wat spaarders gemiddeld ontvangen. Wie een ouder product bij dezelfde bank heeft, staat er lager in dan de meting laat zien.

Een spaarplatform telt evenmin apart, omdat de banken waar het geld feitelijk komt te staan al in de meting zitten. Een groot deel van de gevolgde banken is voor een Nederlandse spaarder juist via zo'n platform bereikbaar; het platform naast die banken meetellen zou hetzelfde geld twee keer tellen.

Wat er wél is gemeten blijft zichtbaar: elke uitgesloten aanbieding staat met haar reden in de bankenexport van de laatste meting.

Download de bankenpopulatie (CSV)

  • Raisin3,05% geadverteerd, 2,53% over 12 maanden

    Spaarplatform: het geld komt bij een onderliggende bank te staan, en die banken tellen al mee.

  • Santander3,01% geadverteerd, 2,61% over 12 maanden

    Valt onder de bankvergunning van Open Bank, S.A., die in de meting al vertegenwoordigd wordt door Openbank.

Rekenbedrag

Waarom blijft €20.000 het vaste ijkpunt?

Een bank met saldoklassen heeft geen enkele rente: het percentage hangt af van hoeveel er staat. Om banken naast elkaar te kunnen zetten moet er dus één bedrag worden gekozen en vastgehouden. Dat bedrag is €20.000. Doordat het niet meebeweegt, is een meting van vorig jaar te vergelijken met die van vandaag.

Het bedrag is een meetpunt en geen schatting van het gemiddelde spaarsaldo.

Voor het grootbankengemiddelde worden de standaard vrij opneembare rekeningen van ABN AMRO, ING, Rabobank en ASN Bank gebruikt. Per saldodeel wordt het bijbehorende rentepercentage toegepast. Dezelfde staffels worden in de grootbankenvergelijking exact doorgerekend voor ieder ingevuld saldo.

De marktcijfers zijn op €20.000 gemeten. De getoonde eurobedragen bij andere saldi zijn daarom indicatieve extrapolaties van hetzelfde marktpercentage. Individuele marktproducten kunnen eigen bedraggrenzen hebben.

Kwaliteitsregels

  • Ongeldige of onvolledige rentegegevens worden niet zonder meer in de live vergelijking opgenomen.
  • Historische rente-observaties worden afzonderlijk opgeslagen. Voor meetdagen vóór de start van de dagelijkse meting geldt per bank de laatste bevestigde rentewijziging op of vóór die dag, met bron-URL vastgelegd.
  • Nieuwe banken tellen prospectief mee vanaf hun eerste bruikbare waarneming en veranderen eerdere metingen niet.
  • Een renteverschil is een aantal procentpunten: van 2,00% naar 2,25% is een stijging van 0,25 procentpunt. Op de Spaarindexpagina staat zo’n verschil altijd naast de twee percentages waaruit het volgt en draagt het getal daarom geen eenheid. Hier staat de eenheid voluit en in de CSV-export dragen de verschilkolommen het achtervoegsel _pp. Verschillen kleiner dan 0,005 procentpunt worden als vrijwel gelijk omschreven.
  • Grootbankenstaffels hebben een bron-URL, controledatum en expliciete geldigheidsperiode.

Belangrijkste beperkingen

  • De database dekt een groot deel van de banken die Nederlanders kunnen kiezen, maar niet alle. Er komen regelmatig banken bij.
  • Variabele rentes kunnen na de meetdatum wijzigen.
  • De samenstelling van de gevolgde banken kan door de tijd veranderen.
  • De hoogste rente is niet automatisch het beste product voor iedere spaarder.
  • Voorwaarden en persoonlijke geschiktheid worden niet in één cijfer samengevat.
  • Historische snapshots bevatten het gepubliceerde grootbankengemiddelde bij €20.000; bankspecifieke staffels worden niet zonder controleerbare brondata met terugwerkende kracht berekend.

Scalable Capital: welk product en welke kosten tellen mee?

De huidige reeks volgt de bruto rente van de Overnight-rekening. De brondata benoemen het product als ‘Variabel’ en maken geen onderscheid tussen FREE en PRIME+. Scalable telt in de huidige populatie als één aanbieder; de verdeling over onderliggende banken en geldmarktfondsen wordt niet afzonderlijk gewogen. Het cijfer beschrijft dus geen portefeuille die uitsluitend uit banktegoeden met depositogarantie bestaat.

Volgens de op 5 september 2026 gecontroleerde productvoorwaarden van Scalable is de bruto Overnight-rente bij beide plannen gelijk. Zonder PRIME+ kan geld bij banken of in geldmarktfondsen staan. Voor het fondsdeel geldt geen depositogarantie. Met PRIME+ wordt het geld over banken verdeeld. De abonnementskosten van PRIME+ zijn niet afgetrokken van de Spaarindex-rente of de berekende bruto jaaropbrengst. Lees meer over de bescherming per rekeningvariant.

Methodologie laatst inhoudelijk herzien op 25 september 2026. Technische datasetversie van de laatste meting: 4.1-four-banks; per rij meegeleverd in de CSV-export. Hergebruik van de Spaarindex-data mag onder de CC BY 4.0-licentie.

Meer over datakwaliteit →

Versiegeschiedenis

Wat er is veranderd, en wanneer

Zeven banken erbij in de marktpopulatie

25 september 2026

Vanaf deze datum meet de Spaarindex ook Garanti BBVA, Revolut, Trade Republic, Anadolubank, DHB Bank, Yapi Kredi en Nexent Bank. Nederlandse spaarders kunnen bij alle zeven rechtstreeks sparen, en zonder hen miste de meting een deel van de markt. RevoSave ontvangt voor deze banken geen vergoeding. Hun deposito's tellen vanaf dezelfde datum mee in het depositodeel.

Dit is een gemarkeerde reeksbreuk voor de marktcijfers. De mediaan, het marktgemiddelde, de competitieve spaarrente, de omvang van de kopgroep en de hoogste spaarrente kunnen over deze grens bewegen door de samenstelling en niet door de markt. Eerdere metingen herberekenen we niet. Het grootbankgemiddelde verandert niet, want geen van de zeven is een grootbank.

Bij twee banken is een keuze gemaakt. Bij Revolut telt de rente van het gratis Standard-abonnement: de hogere tarieven horen bij abonnementen met een maandbedrag. Bij Trade Republic telt de ECB-depositorente die de bank over het hele saldo betaalt. De hogere rente voor nieuwe klanten telt daar niet mee, omdat de bank niet noemt hoe lang die geldt.

Vier grootbanken en een vergelijkbare rente-as

6 september 2026

Vanaf deze datum telt ASN Bank mee in het grootbankgemiddelde (methodologie 4.1-four-banks). We volgen de consumentgerichte systeemrelevante instellingen volgens DNB. BNG bedient geen particuliere spaarders. ASN Sparen vertegenwoordigt ASN Bank; SNS en RegioBank tellen onder dezelfde vergunning niet nog eens mee. Voor het grootbankgemiddelde wegen de vier standaardproducten ieder even zwaar, zonder pakketbonus.

Dit is een gemarkeerde reeksbreuk: eerdere metingen houden drie grootbanken. Voor de hele historische periode ontbreekt gecontroleerde ASN-staffeldata; daarom herberekenen we die niet met het huidige ASN-tarief. Een beweging over deze grens kan dus door de samenstelling komen. ASN wordt vanaf deze datum ook als bank in de marktpopulatie meegenomen. Dit kan de mediaan en het aantal kopgroepleden veranderen.

De verloopgrafiek toont voortaan de hoogste spaarrente: het op de meetdatum verkrijgbare geadverteerde percentage, inclusief een eventuele tijdelijke actie. De hoogste jaaropbrengst blijft als afzonderlijk kerngetal bestaan. Die berekende opbrengst over twaalf maanden staat niet meer op dezelfde rente-as.

Het depositodeel rapporteert vanaf nu ook de looptijd van vier jaar. Die stond buiten de reeks omdat geen enkele grootbank hem voerde en de vergelijkingskolom dus leeg bleef; ASN voert hem wel. Waar één grootbank de looptijd voert, is het cijfer onder “Grootbanken” geen gemiddelde maar het tarief van die ene bank. De panelen noemen die bank daarom bij naam. Dat speelt bij vier jaar, waar alleen ASN een deposito voert, en bij zes maanden, waar alleen Rabobank dat doet. Zonder die naam leest zo’n getal als een marktbeeld terwijl het over één aanbieder gaat: het grootbankcijfer ligt bij vier jaar hoger dan bij drie en vijf jaar, en dat komt door de samenstelling en niet door de markt.

De competitieve spaarrente blijft het rekenkundig gemiddelde van het beste kwart van de bankvergunningen, naar boven afgerond. Bij 26 of 27 banken zijn dat zeven banken. Per vergunning telt alleen het product met de hoogste actuele rente over €20.000. Het is geen kwartielgrens en geen gemiddelde per product. Daardoor hoeft de uitkomst niet samen te vallen met een aangeboden tarief. Platformaanbiedingen kunnen wel de hoogste spaarrente bepalen, maar wegen niet als zelfstandige bank in de kopgroep mee.

Verduidelijking van renteverschillen en productvarianten

5 september 2026

Een verschil tussen twee rentepercentages wordt niet langer zelf als percentage geschreven: van 2,00% naar 2,05% is 0,05 procentpunt en geen 0,05%. Waar het verschil het onderwerp is, staat de eenheid voluit: in deze methodologie en in de citeerzinnen. De verschilkolommen in de CSV-export houden hun achtervoegsel _pp. In tegels, tabellen, de koersenbalk en de uitlezing onder een grafiek staan de twee rentes naast elkaar, zodat het verschil daar zonder eenheid leesbaar blijft. De uitleg onderscheidt actuele rente van een berekende twaalfmaandsopbrengst en benoemt de voorwaarden voor een jaarvergelijking. Bij Scalable Capital zijn de productafbakening, bescherming en niet-verrekende abonnementskosten verduidelijkt. De berekening en historische meetwaarden zijn niet gewijzigd.

Versie 3: alleen wat een nieuwe klant kan afsluiten

4 september 2026

Een actie kent twee datums die niet samenvallen: de dag waarop je je uiterlijk moet aanmelden, en de dag waarop de actierente afloopt. Tussen die twee adverteert de bank haar actie nog volop, want voor wie al klant is loopt ze door, maar een nieuwe spaarder kan er niet meer in. De berekening keek alleen naar de einddatum en telde zo'n actierente daarom door tot het einde van de actie.

Dat sprak de definitie tegen die er sinds 27 augustus 2026 boven stond. De mediane, de gemiddelde en de competitieve spaarrente staan op de actuele spaarrente: het hoogste percentage dat een nieuwe klant er vandaag krijgt. Vanaf deze datum doet de berekening dat ook. Is de aanmeldtermijn verstreken, dan telt het product met de reguliere rente van dezelfde rekening. Hetzelfde geldt voor de hoogste spaarrente, want dat is een afneembaar kerngetal: het telt aanbiedingen die een spaarder vandaag kan openen.

Geen enkel eerder gepubliceerd cijfer verandert. In de volledige reeks sinds 14 juli 2025 draagt één waarneming een uiterste aanmelddatum, en die ligt in de toekomst. Wie de reeks heeft overgenomen, hoeft niets te corrigeren.

Vooruit maakt het wél verschil, en het meest op de kopgroep: daar zitten juist de banken met een actierente. Gemeten op de stand van 4 september 2026, met 26 banken in de meting, zou de oude berekening vanaf 1 november 2026 twee van de zeven kopgroepleden tellen met een aanbieding die niemand meer kan openen.

Verschil tussen de oude en de herstelde berekening, geraamd op de productenstand van 4 september 2026
KerngetalVanaf 1 okt 2026Vanaf 1 nov 2026
Mediane spaarrente0,020,02
Gemiddelde spaarrente0,040,08
Competitieve spaarrente0,110,13

Procentpunten die de oude berekening te hoog zou uitkomen. Een raming op de stand van 4 september 2026: de werkelijke afwijking hangt af van welke acties er dan lopen. De richting staat wel vast, want een verstreken aanmelddatum kan een rente alleen verlagen.

Erger dan de afwijking zelf was dat ze niet zichtbaar zou zijn geweest: het cijfer beweegt niet op de dag dat de aanmeldtermijn verstrijkt. De index zou een stilliggende markt tonen terwijl er een aanbieding onder de spaarders vandaan was gehaald. De vergelijker op deze site rekende overigens al wél met de aanmelddatum; die twee spraken elkaar tegen.

Versie 2: de grondslag van de marktmaatstaven

27 augustus 2026

De mediane spaarrente, de gemiddelde spaarrente en de competitieve spaarrente stonden tot deze datum op de jaaropbrengst per bank: wat de beste aanbieding van een bank over twaalf maanden zou opleveren, met een tijdelijke actierente naar rato meegeteld. Sindsdien staan ze op de actuele spaarrente: het hoogste percentage dat een nieuwe klant er vandaag krijgt, doorgerekend over €20.000.

De reden was dat twee dingen niet klopten. Het label dekte de inhoud niet: er stond “mediane spaarrente” boven een cijfer dat op jaaropbrengsten was gerangschikt. En de vergelijking met de grootbanken zette een actuele rente af tegen een jaaropbrengst, terwijl juist dat verschil de kloofgrafiek draagt en in de citeerzinnen terugkomt.

De hoogste jaaropbrengst en de hoogste spaarrente zijn ongewijzigd: daar hoort een concreet product bij dat een spaarder kan openen, en daar is het twaalfmaandsperspectief juist het punt. Het grootbankengemiddelde stond al op actuele staffels en verandert evenmin.

Effect van de grondslagwijziging, gemeten over augustus 2026
KerngetalOude grondslagNieuwe grondslag
Mediane spaarrente2,11%2,11%
Gemiddelde spaarrente1,99%2,06%
Competitieve spaarrente2,36%2,63%

Maandgemiddelden over augustus 2026. De mediane spaarrente komt onder beide grondslagen op hetzelfde cijfer uit, en dat is geen eigenschap van deze maand: over de volledige reeks van 410 meetdagen is het effect van de grondslag op de mediaan op elke afzonderlijke dag nul. De middelste bank is zelden een bank met een actierente, waardoor de herdefinitie het midden van de verdeling niet raakt. Dat de herstelde reeks op 168 dagen tóch hoger uitkomt, komt volledig door de correctie hieronder. Het gemiddelde en de kopgroep bewegen wél op elke meetdag, omdat die gevoelig zijn voor de best betalende banken.

De volledige reeks sinds 14 juli 2025 is op beide grondslagen beschikbaar. De CSV-export levert ze naast elkaar: de kolommen op _twelve_month_rate dragen de oude waarden, en een kolom rate_basis schrijft per rij uit welke grondslag waar op staat. Wie de reeks eerder heeft overgenomen, kan beide naast elkaar leggen zonder te raden.

Correctie: banken die buiten de meting vielen

26 augustus 2026

Om de jaaropbrengst van een actierente te berekenen, is de duur van die actie nodig. Ontbrak die, dan viel de bank uit de meting, zonder melding en zonder spoor in de controlegegevens. Dat gebeurde op 365 van de 410 meetdagen tussen 14 juli 2025 en 22 juli 2026, doordat de looptijd van één aanbieding niet uit de bankpagina te lezen was.

Omdat het steeds ging om banken met een actierente, en dat zijn doorgaans de best betalende, viel de uitval altijd aan dezelfde kant van de verdeling. Sinds 26 augustus 2026 verschijnt zo'n bank met een reden in de controlegegevens in plaats van te verdwijnen. En doordat de nieuwe grondslag geen actieduur nodig heeft, kan de situatie zich voor de mediaan, het gemiddelde en de competitieve spaarrente niet meer voordoen.

De herstelde reeks ligt op 168 van de 410 dagen hoger dan de eerder gepubliceerde, met maximaal 0,05 procentpunt. Die afwijking komt volledig uit deze correctie: het effect van de grondslagwijziging zelf op de mediaan is op alle 410 meetdagen nul.

Terug naar de cijfers

Bekijk hoe de spaarrentemarkt er nu voor staat

De kerngetallen worden dagelijks bijgewerkt. Onderaan de Spaarindex staan de datasets en de kant-en-klare bronvermelding.