Zeven banken erbij in de marktpopulatie
25 september 2026
Vanaf deze datum meet de Spaarindex ook Garanti BBVA, Revolut, Trade Republic, Anadolubank, DHB Bank, Yapi Kredi en Nexent Bank. Nederlandse spaarders kunnen bij alle zeven rechtstreeks sparen, en zonder hen miste de meting een deel van de markt. RevoSave ontvangt voor deze banken geen vergoeding. Hun deposito's tellen vanaf dezelfde datum mee in het depositodeel.
Dit is een gemarkeerde reeksbreuk voor de marktcijfers. De mediaan, het marktgemiddelde, de competitieve spaarrente, de omvang van de kopgroep en de hoogste spaarrente kunnen over deze grens bewegen door de samenstelling en niet door de markt. Eerdere metingen herberekenen we niet. Het grootbankgemiddelde verandert niet, want geen van de zeven is een grootbank.
Bij twee banken is een keuze gemaakt. Bij Revolut telt de rente van het gratis Standard-abonnement: de hogere tarieven horen bij abonnementen met een maandbedrag. Bij Trade Republic telt de ECB-depositorente die de bank over het hele saldo betaalt. De hogere rente voor nieuwe klanten telt daar niet mee, omdat de bank niet noemt hoe lang die geldt.
Vier grootbanken en een vergelijkbare rente-as
6 september 2026
Vanaf deze datum telt ASN Bank mee in het grootbankgemiddelde (methodologie 4.1-four-banks). We volgen de consumentgerichte systeemrelevante instellingen volgens DNB. BNG bedient geen particuliere spaarders. ASN Sparen vertegenwoordigt ASN Bank; SNS en RegioBank tellen onder dezelfde vergunning niet nog eens mee. Voor het grootbankgemiddelde wegen de vier standaardproducten ieder even zwaar, zonder pakketbonus.
Dit is een gemarkeerde reeksbreuk: eerdere metingen houden drie grootbanken. Voor de hele historische periode ontbreekt gecontroleerde ASN-staffeldata; daarom herberekenen we die niet met het huidige ASN-tarief. Een beweging over deze grens kan dus door de samenstelling komen. ASN wordt vanaf deze datum ook als bank in de marktpopulatie meegenomen. Dit kan de mediaan en het aantal kopgroepleden veranderen.
De verloopgrafiek toont voortaan de hoogste spaarrente: het op de meetdatum verkrijgbare geadverteerde percentage, inclusief een eventuele tijdelijke actie. De hoogste jaaropbrengst blijft als afzonderlijk kerngetal bestaan. Die berekende opbrengst over twaalf maanden staat niet meer op dezelfde rente-as.
Het depositodeel rapporteert vanaf nu ook de looptijd van vier jaar. Die stond buiten de reeks omdat geen enkele grootbank hem voerde en de vergelijkingskolom dus leeg bleef; ASN voert hem wel. Waar één grootbank de looptijd voert, is het cijfer onder “Grootbanken” geen gemiddelde maar het tarief van die ene bank. De panelen noemen die bank daarom bij naam. Dat speelt bij vier jaar, waar alleen ASN een deposito voert, en bij zes maanden, waar alleen Rabobank dat doet. Zonder die naam leest zo’n getal als een marktbeeld terwijl het over één aanbieder gaat: het grootbankcijfer ligt bij vier jaar hoger dan bij drie en vijf jaar, en dat komt door de samenstelling en niet door de markt.
De competitieve spaarrente blijft het rekenkundig gemiddelde van het beste kwart van de bankvergunningen, naar boven afgerond. Bij 26 of 27 banken zijn dat zeven banken. Per vergunning telt alleen het product met de hoogste actuele rente over €20.000. Het is geen kwartielgrens en geen gemiddelde per product. Daardoor hoeft de uitkomst niet samen te vallen met een aangeboden tarief. Platformaanbiedingen kunnen wel de hoogste spaarrente bepalen, maar wegen niet als zelfstandige bank in de kopgroep mee.
Verduidelijking van renteverschillen en productvarianten
5 september 2026
Een verschil tussen twee rentepercentages wordt niet langer zelf als percentage geschreven: van 2,00% naar 2,05% is 0,05 procentpunt en geen 0,05%. Waar het verschil het onderwerp is, staat de eenheid voluit: in deze methodologie en in de citeerzinnen. De verschilkolommen in de CSV-export houden hun achtervoegsel _pp. In tegels, tabellen, de koersenbalk en de uitlezing onder een grafiek staan de twee rentes naast elkaar, zodat het verschil daar zonder eenheid leesbaar blijft. De uitleg onderscheidt actuele rente van een berekende twaalfmaandsopbrengst en benoemt de voorwaarden voor een jaarvergelijking. Bij Scalable Capital zijn de productafbakening, bescherming en niet-verrekende abonnementskosten verduidelijkt. De berekening en historische meetwaarden zijn niet gewijzigd.
Versie 3: alleen wat een nieuwe klant kan afsluiten
4 september 2026
Een actie kent twee datums die niet samenvallen: de dag waarop je je uiterlijk moet aanmelden, en de dag waarop de actierente afloopt. Tussen die twee adverteert de bank haar actie nog volop, want voor wie al klant is loopt ze door, maar een nieuwe spaarder kan er niet meer in. De berekening keek alleen naar de einddatum en telde zo'n actierente daarom door tot het einde van de actie.
Dat sprak de definitie tegen die er sinds 27 augustus 2026 boven stond. De mediane, de gemiddelde en de competitieve spaarrente staan op de actuele spaarrente: het hoogste percentage dat een nieuwe klant er vandaag krijgt. Vanaf deze datum doet de berekening dat ook. Is de aanmeldtermijn verstreken, dan telt het product met de reguliere rente van dezelfde rekening. Hetzelfde geldt voor de hoogste spaarrente, want dat is een afneembaar kerngetal: het telt aanbiedingen die een spaarder vandaag kan openen.
Geen enkel eerder gepubliceerd cijfer verandert. In de volledige reeks sinds 14 juli 2025 draagt één waarneming een uiterste aanmelddatum, en die ligt in de toekomst. Wie de reeks heeft overgenomen, hoeft niets te corrigeren.
Vooruit maakt het wél verschil, en het meest op de kopgroep: daar zitten juist de banken met een actierente. Gemeten op de stand van 4 september 2026, met 26 banken in de meting, zou de oude berekening vanaf 1 november 2026 twee van de zeven kopgroepleden tellen met een aanbieding die niemand meer kan openen.
Verschil tussen de oude en de herstelde berekening, geraamd op de productenstand van 4 september 2026| Kerngetal | Vanaf 1 okt 2026 | Vanaf 1 nov 2026 |
|---|
| Mediane spaarrente | 0,02 | 0,02 |
| Gemiddelde spaarrente | 0,04 | 0,08 |
| Competitieve spaarrente | 0,11 | 0,13 |
Procentpunten die de oude berekening te hoog zou uitkomen. Een raming op de stand van 4 september 2026: de werkelijke afwijking hangt af van welke acties er dan lopen. De richting staat wel vast, want een verstreken aanmelddatum kan een rente alleen verlagen.
Erger dan de afwijking zelf was dat ze niet zichtbaar zou zijn geweest: het cijfer beweegt niet op de dag dat de aanmeldtermijn verstrijkt. De index zou een stilliggende markt tonen terwijl er een aanbieding onder de spaarders vandaan was gehaald. De vergelijker op deze site rekende overigens al wél met de aanmelddatum; die twee spraken elkaar tegen.
Versie 2: de grondslag van de marktmaatstaven
27 augustus 2026
De mediane spaarrente, de gemiddelde spaarrente en de competitieve spaarrente stonden tot deze datum op de jaaropbrengst per bank: wat de beste aanbieding van een bank over twaalf maanden zou opleveren, met een tijdelijke actierente naar rato meegeteld. Sindsdien staan ze op de actuele spaarrente: het hoogste percentage dat een nieuwe klant er vandaag krijgt, doorgerekend over €20.000.
De reden was dat twee dingen niet klopten. Het label dekte de inhoud niet: er stond “mediane spaarrente” boven een cijfer dat op jaaropbrengsten was gerangschikt. En de vergelijking met de grootbanken zette een actuele rente af tegen een jaaropbrengst, terwijl juist dat verschil de kloofgrafiek draagt en in de citeerzinnen terugkomt.
De hoogste jaaropbrengst en de hoogste spaarrente zijn ongewijzigd: daar hoort een concreet product bij dat een spaarder kan openen, en daar is het twaalfmaandsperspectief juist het punt. Het grootbankengemiddelde stond al op actuele staffels en verandert evenmin.
Effect van de grondslagwijziging, gemeten over augustus 2026| Kerngetal | Oude grondslag | Nieuwe grondslag |
|---|
| Mediane spaarrente | 2,11% | 2,11% |
| Gemiddelde spaarrente | 1,99% | 2,06% |
| Competitieve spaarrente | 2,36% | 2,63% |
Maandgemiddelden over augustus 2026. De mediane spaarrente komt onder beide grondslagen op hetzelfde cijfer uit, en dat is geen eigenschap van deze maand: over de volledige reeks van 410 meetdagen is het effect van de grondslag op de mediaan op elke afzonderlijke dag nul. De middelste bank is zelden een bank met een actierente, waardoor de herdefinitie het midden van de verdeling niet raakt. Dat de herstelde reeks op 168 dagen tóch hoger uitkomt, komt volledig door de correctie hieronder. Het gemiddelde en de kopgroep bewegen wél op elke meetdag, omdat die gevoelig zijn voor de best betalende banken.
De volledige reeks sinds 14 juli 2025 is op beide grondslagen beschikbaar. De CSV-export levert ze naast elkaar: de kolommen op _twelve_month_rate dragen de oude waarden, en een kolom rate_basis schrijft per rij uit welke grondslag waar op staat. Wie de reeks eerder heeft overgenomen, kan beide naast elkaar leggen zonder te raden.
Correctie: banken die buiten de meting vielen
26 augustus 2026
Om de jaaropbrengst van een actierente te berekenen, is de duur van die actie nodig. Ontbrak die, dan viel de bank uit de meting, zonder melding en zonder spoor in de controlegegevens. Dat gebeurde op 365 van de 410 meetdagen tussen 14 juli 2025 en 22 juli 2026, doordat de looptijd van één aanbieding niet uit de bankpagina te lezen was.
Omdat het steeds ging om banken met een actierente, en dat zijn doorgaans de best betalende, viel de uitval altijd aan dezelfde kant van de verdeling. Sinds 26 augustus 2026 verschijnt zo'n bank met een reden in de controlegegevens in plaats van te verdwijnen. En doordat de nieuwe grondslag geen actieduur nodig heeft, kan de situatie zich voor de mediaan, het gemiddelde en de competitieve spaarrente niet meer voordoen.
De herstelde reeks ligt op 168 van de 410 dagen hoger dan de eerder gepubliceerde, met maximaal 0,05 procentpunt. Die afwijking komt volledig uit deze correctie: het effect van de grondslagwijziging zelf op de mediaan is op alle 410 meetdagen nul.