RevoSave
RevoSave SpaarindexMaandpublicatie

Mediane spaarrente stijgt in augustus 2026 naar 2,15%, hoogste jaaropbrengst zakt naar 2,56%

De mediane spaarrente (de middelste van alle gemeten rentes) op vrij opneembaar spaargeld ging in augustus 2026 van 2,10% op 1 augustus 2026 naar 2,15% op 31 augustus 2026, een verschil van +0,05%. Die stijging kwam pas in de tweede helft van de maand, en in twee stappen. Aan de bovenkant van de markt ging het de andere kant op: de hoogste jaaropbrengst (wat de hoogste aanbieding bij €20.000 na twaalf maanden werkelijk oplevert) zakte van 2,60% naar 2,56% en de competitieve spaarrente van 2,68% naar 2,61%. De RevoSave Spaarindex legde alle zeven kerngetallen op elke dag van de maand vast; hieronder staat wat zij samen lieten zien.

Gepubliceerd Meetperiode 1 augustus 2026 tot en met 31 augustus 20269 min lezen

Kerngetallen

Kerngetal01-08-202631-08-2026Verschil
Mediane spaarrente2,10%2,15%+0,05%
Gemiddelde spaarrente2,07%2,07%0,00%
Hoogste jaaropbrengst2,60%2,56%-0,05%
Hoogste spaarrente3,10%3,05%-0,05%
Competitieve spaarrente2,68%2,61%-0,07%
Gemiddelde spaarrente grootbanken1,26%1,28%+0,02%
ECB-depositorente2,25%2,25%0,00%

Zoals tabel 1 laat zien, is elk kerngetal gemeten bij €20.000 over 21 banken in de Spaarindex, waarvan 6 in de competitieve kopgroep en 3 grootbanken. Die meetbasis veranderde binnen de periode: op 1 augustus 2026 telde de Spaarindex nog 22 banken en vanaf 10 augustus 2026 nog 21, doordat er die dag een bank uit de meting verdween. Daardoor verschuiven de mediane en de gemiddelde spaarrente deels door samenstelling en niet alleen door renteveranderingen; verderop staat hoeveel dat scheelt. Alle waarden komen uit de dagelijkse metingen van de Spaarindex, zoals die op elke meetdag zijn vastgelegd. Door afronding kan het verschil afwijken van het verschil tussen de getoonde waarden.

Kernbevindingen

  • De mediane spaarrente ging van 2,10% naar 2,15%, een verschil van +0,05%, terwijl de gemiddelde spaarrente op 2,07% bleef staan, een verschil van 0,00%.
  • De hoogste jaaropbrengst zakte van 2,60% naar 2,56% en de hoogste spaarrente van 3,10% naar 3,05%, allebei een verschil van -0,05%.
  • De competitieve spaarrente daalde van 2,68% naar 2,61%, een verschil van -0,07%, gemeten over de 6 banken met de hoogste spaarrentes.
  • De gemiddelde spaarrente grootbanken steeg van 1,26% naar 1,28%, een verschil van +0,02%.
  • De ECB-depositorente staat op 2,25% en is ongewijzigd sinds 17 juni 2026.
  • Bij de deposito's legde de Spaarindex 43 renteverhogingen en 7 renteverlagingen vast, binnen een populatie van 209 actief aangeboden producten.

Spaarrentes in augustus 2026

De maand begon stil. Tot en met 18 augustus 2026 stond de mediane spaarrente onafgebroken op 2,10%; op 19 augustus 2026 ging zij naar 2,13% en op 24 augustus 2026 naar 2,15%, waar zij tot en met de laatste meetdag bleef. Beide stappen vielen dus in de tweede helft van de periode.

Aan de bovenkant van de markt gebeurde het omgekeerde, en eerder. De hoogste jaaropbrengst zakte op 7 augustus 2026 van 2,60% naar 2,56% en bewoog daarna niet meer. De competitieve spaarrente, het gemiddelde van het kwart banken met de hoogste spaarrentes, viel op 10 augustus 2026 van 2,68% naar 2,60% en kwam op 20 augustus 2026 terug op 2,61%. Op diezelfde 10 augustus 2026 zakte ook de hoogste spaarrente, de hoogste rente die een bank adverteert inclusief een actierente (een rente die maar een beperkte tijd geldt), van 3,10% naar 3,05%. Achter die daling zit één aanbieder, die haar rente op vrij opneembaar spaargeld die dag van 3,10% naar 2,75% verlaagde; omdat zij tot de kopgroep behoorde, drukte die verlaging ook de competitieve spaarrente.

De gemiddelde spaarrente eindigde op 2,07%, precies waar zij begon, maar vlak liep zij niet. Op 10 augustus 2026 zakte zij van 2,08% naar 2,05%, om in de tweede helft van de maand weer op te lopen. Die dip valt samen met het vertrek van de bank uit de meting; wat daarvan het effect is, staat verderop.

De gemiddelde spaarrente grootbanken bewoog één keer, op 6 augustus 2026, van 1,26% naar 1,28%. De ECB-depositorente stond de hele maand op 2,25%. Van de 21 banken die op 31 augustus 2026 werden gevolgd, betaalden er 17 minder dan die ECB-depositorente.

Grafiek 1. Dagelijkse officiële Spaarindexwaarden, 1 augustus 2026 tot en met 31 augustus 2026. Bron: RevoSave Spaarindex.

In grafiek 1 is te zien dat de vijf reeksen de hele maand duidelijk uit elkaar blijven liggen. De paarse lijn van de hoogste jaaropbrengst loopt als enige boven de oranje onderbroken lijn van de ECB-depositorente; de lichtblauwe lijn van de mediane spaarrente en de blauwgroene van de gemiddelde spaarrente lopen daar dicht onder, en het warme grijs van de gemiddelde spaarrente grootbanken ligt onderin het beeld. Opvallend is verder dat alleen de lichtblauwe lijn in trapjes omhoog gaat: de andere vier maken hooguit één stap en liggen daarna stil. Let bij het vergelijken op de grondslag, want de hoogste jaaropbrengst is een opbrengst over twaalf maanden en de vier andere reeksen zijn standen van de dag.

De kloof tussen de markt en de grootbanken

Grafiek 2. Gemiddelde spaarrente grootbanken ten opzichte van de mediane spaarrente. Onder de nullijn betalen de grootbanken minder dan het midden van de markt. Bron: RevoSave Spaarindex.

In grafiek 2 is te zien dat de grootbanken aan het begin van de periode 0,84% minder betaalden dan het midden van de markt en aan het eind 0,88% minder, een verschil van +0,03%.

Berekend uit de onafgeronde metingen (0,842% en 0,875%). De percentages in dit artikel staan op twee decimalen, waardoor de aftrekking op 0,04% lijkt uit te komen.

De afstand bewoog in drie stappen, en die hadden niet dezelfde oorzaak. Op 6 augustus 2026 werd zij juist kleiner, van 0,84% naar 0,83%, doordat de grootbanken hun gemiddelde verhoogden. Op 19 en op 24 augustus 2026 werd zij weer groter, eerst naar 0,86% en daarna naar 0,88%, ditmaal doordat het midden van de markt omhoog ging terwijl de grootbanken stillagen.

Eén maand is te kort om daar een richting uit te lezen. Wat er wel uit volgt, is dat de grootbanken deze maand niet meebewogen met de rest van de markt: hun gemiddelde stond na 6 augustus 2026 stil, terwijl de mediane spaarrente daarna nog twee keer omhoog ging.

Depositowijzigingen

In augustus 2026 stonden er 209 depositoproducten in de database de actief aangeboden producten, dus wat een spaarder op 31 augustus 2026 kon afsluiten; in totaal staan er 229 deposito's in de database. In dezelfde periode legde de Spaarindex 43 renteverhogingen en 7 renteverlagingen vast.

Grafiek 3. Verdeling van de renteverhogingen en renteverlagingen over augustus 2026. Bron: RevoSave Spaarindex.

Geteld zijn wijzigingen en geen producten: een deposito dat in de maand twee keer beweegt, telt twee keer mee. Van de 209 producten in deze populatie is er in de periode van 130 minstens één keer een rente waargenomen, en 82 daarvan zijn twee keer of vaker gezien. Alleen bij die 82 kan een wijziging zichtbaar worden, dus de 43 verhogingen en 7 verlagingen slaan op een deel van de populatie en niet op het geheel.

In grafiek 3 is te zien dat de wijzigingen niet gelijkmatig over de maand vielen. De eerste tien dagen leveren geen enkele staaf op. Dat komt deels doordat de eerste waarneming van een product nog geen vergelijking oplevert: pas bij de tweede waarneming kan een wijziging zichtbaar worden. Daarna komen de verhogingen in klompjes, met 5 op 20 augustus 2026, 5 op 24 augustus 2026 en 9 op 28 augustus 2026, de drukste dag van de maand. De verlagingen blijven verspreid en klein, met hoogstens 2 op één dag.

Verhogingen wogen daarmee ruim zes keer zo zwaar als verlagingen. Dat de deposito's omhoog gingen terwijl de hoogste jaaropbrengst op vrij opneembaar spaargeld juist daalde, wijst erop dat banken hun aanbod verschuiven naar geld dat langer blijft staan. Meer producten in de populatie betekent vanzelf meer wijzigingen, dus het absolute aantal is tussen maanden niet zonder meer te vergelijken.

Het beeld van augustus 2026

De markt bewoog in augustus 2026 twee kanten op tegelijk: omhoog in de breedte en omlaag aan de top. Het midden ging van 2,10% naar 2,15% en de grootbanken van 1,26% naar 1,28%, terwijl de hoogste jaaropbrengst van 2,60% naar 2,56% zakte en de competitieve spaarrente van 2,68% naar 2,61%. De twee bewegingen vielen bovendien op andere momenten: de daling aan de top kwam in de eerste tien dagen, de stijging in het midden pas op 19 en op 24 augustus 2026.

Voordat daar iets uit volgt, hoort de samenstelling eruit. Op 10 augustus 2026 verdween er een bank uit de meting die 2,30% betaalde, ruim boven het gemiddelde van dat moment. Daardoor lijkt de gemiddelde spaarrente over de maand stil te staan: zij begon op 2,07% en eindigde op 2,07%. Over uitsluitend de 21 banken die op 1 en op 31 augustus 2026 allebei meetelden, liep zij van 2,06% naar 2,07%, dus met +0,01%. De mediane spaarrente heeft dat bezwaar niet: over diezelfde 21 banken ging zij eveneens van 2,10% naar 2,15%. De stijging van het midden komt dus van renteveranderingen, terwijl het vlakke gemiddelde deels een administratief effect is.

Wat de bewegingen samen laten zien, is een markt die van boven naar het midden toe kruipt. De uiterste top gaf iets terug en het kwart banken met de hoogste spaarrentes gaf meer terug, terwijl het midden juist opliep; de competitieve spaarrente kwam daarmee dichter bij de mediane spaarrente te liggen. Dat past bij een markt waarin de concurrentie zich minder bij de koplopers afspeelt en meer in de brede middenmoot: wie op 1 augustus 2026 bij een bank in het midden van de markt zat, ging er deze maand op vooruit, terwijl wie de allerhoogste rente zocht iets moest inleveren.

Eén groep bewoog daar niet in mee. De gemiddelde spaarrente grootbanken stond na 6 augustus 2026 stil, en juist doordat het midden daarna nog twee keer omhoog ging, werd de afstand tot dat midden groter. Hun enige stap van de maand kwam bovendien eerder dan de beweging in het midden en niet erna, dus van meebewegen met de rest van de markt was deze maand geen sprake.

Over het tempo tegenover juli 2026 zegt deze publicatie niets. De officiele reeks begint op 23 juli 2026 en dekt die maand dus maar voor negen dagen; een tempo van negen dagen naast een tempo van eenendertig dagen zetten zou de grens van de meting onzichtbaar maken in plaats van zichtbaar. Ook over de richting van de markt op langere termijn valt hier niets te zeggen: eenendertig meetdagen zijn een maand en geen trend.

Methodologie

De RevoSave Spaarindex meet elke dag opnieuw wat de gevolgde spaarproducten een spaarder opleveren: per product de rente die iemand met €20.000 op die dag krijgt. Op die dagrentes rusten de spaarrentes die deze publicatie noemt. Eén cijfer kijkt verder vooruit: de hoogste jaaropbrengst (wat de hoogste aanbieding na twaalf maanden werkelijk oplevert) telt een tijdelijke actie mee naar het deel van het jaar dat zij duurt. De volledige meetdefinities en de selectieregels staan op de methodologiepagina.

Deze publicatie gebruikt uitsluitend de officiële dagmetingen over 1 augustus 2026 tot en met 31 augustus 2026. De gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 31 augustus 2026 om 19.04 uur UTC.

Kant en klare zinnen om te citeren

  • Mediane spaarrente

    De mediane spaarrente op vrij opneembaar spaargeld in Nederland is 2,15%, gemeten over 21 banken bij €20.000 (RevoSave Spaarindex, 31 augustus 2026)

  • Maandontwikkeling mediane spaarrente

    De mediane spaarrente op vrij opneembaar spaargeld ging in augustus 2026 van 2,10% naar 2,15% (RevoSave Spaarindex, meetperiode augustus 2026)

  • Gemiddelde spaarrente grootbanken

    ABN AMRO, ING en Rabobank betalen bij €20.000 gemiddeld 1,28%, 0,88% onder het midden van de markt (RevoSave Spaarindex, 31 augustus 2026)

  • Banken onder de ECB-depositorente

    17 van de 21 gevolgde banken betalen minder dan de ECB-depositorente van 2,25% (RevoSave Spaarindex, 31 augustus 2026)

Voor redacties

Cijfers overnemen of navragen

De methodologie beschrijft precies hoe elk kerngetal wordt gemeten, over welke banken en op welk moment. Klopt er iets niet of mist er een cijfer, laat het weten — een correctie is ons net zo veel waard als u.