top of page

Wat de Box 3-plannen betekenen voor spaarders in 2025 en 2026

  • Foto van schrijver: RevoSave
    RevoSave
  • 5 dec 2025
  • 2 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 15 dec 2025

De belastingheffing over vermogen in Box 3 is de afgelopen jaren onderwerp geweest van juridische procedures en beleidswijzigingen. Na het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad is de overheid overgestapt op een tijdelijke regeling, in afwachting van een nieuw, definitief stelsel.


Hoewel dit nieuwe Box-3-stelsel pas rond 2027 of 2028 wordt verwacht, zijn er in 2025 en 2026 al wijzigingen die van invloed zijn op de manier waarop spaargeld wordt belast. Dit artikel beschrijft hoe het huidige systeem werkt en welke veranderingen bekend zijn.



Het huidige kader: de Overbruggingswet

Sinds 2023 wordt Box 3 belast op basis van de Overbruggingswet. In deze tijdelijke regeling wordt niet uitgegaan van één fictief rendement voor het totale vermogen, maar van afzonderlijke forfaitaire rendementen per vermogenscategorie. Deze methode staat ook wel bekend als de forfaitaire spaarvariant.


De Belastingdienst maakt hierbij onderscheid tussen drie categorieën:


  • Bank- en spaartegoeden: Voor spaargeld wordt gerekend met een jaarlijks vastgesteld forfaitair rendement dat is gebaseerd op gemiddelde spaarrentes.

  • Overige bezittingen (zoals beleggingen): Voor deze categorie geldt een hoger forfaitair rendement, gebaseerd op langjarige gemiddelde opbrengsten.

  • Schulden: Schulden worden eveneens gewaardeerd met een forfaitair rendement, dat in mindering komt op het belastbaar vermogen.


Door deze systematiek wordt spaargeld momenteel anders belast dan beleggingen, met een lager forfaitair rendement als uitgangspunt.


Tariefontwikkeling in 2025 en 2026

Naast het forfaitaire rendement speelt ook het belastingtarief in Box 3 een belangrijke rol. Dit tarief is de afgelopen jaren verhoogd en verdere stijgingen worden verwacht.


  • In 2023 bedroeg het Box-3-tarief 32%

  • In 2024 is dit verhoogd naar 36%

  • Voor 2025 en 2026 wordt rekening gehouden met verdere verhogingen, afhankelijk van politieke besluitvorming


Het heffingsvrije vermogen blijft naar verwachting op een vergelijkbaar niveau als in 2024, rond de €57.000 per persoon. Vermogen boven deze grens wordt belast volgens de Box-3-systematiek.


Een stijgend tarief betekent dat een groter deel van het berekende rendement wordt afgedragen, ongeacht de samenstelling van het vermogen.


Het toekomstige Box 3-stelsel (vanaf 2027/2028)

De Overbruggingswet is expliciet tijdelijk. Het kabinet werkt aan een nieuw stelsel waarin belasting wordt geheven op basis van het werkelijk behaalde rendement.

De hoofdlijnen van dit toekomstige systeem zijn:


  • Belasting op daadwerkelijk ontvangen rente, dividend en gerealiseerde koerswinsten

  • Geen gebruik meer van forfaitaire rendementen

  • Mogelijke verrekening van verliezen


Tot het moment van invoering blijft de Overbruggingswet van kracht. De precieze vormgeving en invoeringsdatum van het nieuwe stelsel zijn nog onderwerp van politieke besluitvorming.


Samenvattend

Voor spaarders betekent de periode 2025–2026 dat:


  • Box 3 voorlopig blijft werken met forfaitaire rendementen per vermogenscategorie

  • Het belastingtarief in Box 3 naar verwachting verder stijgt

  • Het heffingsvrije vermogen grotendeels ongewijzigd blijft

  • Het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement nog enkele jaren op zich laat wachten


Dit artikel is bedoeld om inzicht te geven in de huidige en geplande fiscale kaders rondom spaargeld. Het is geen fiscaal of financieel advies en houdt geen rekening met individuele situaties.

Dit is een premium artikel

Log in om toegang te krijgen tot dit artikel en andere exclusieve content van RevoSave.

bottom of page