Inflatie en spaargeld: wat betekent het voor je koopkracht?
- RevoSave

- 5 dec 2025
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 15 dec 2025
Inflatie komt dagelijks terug in het nieuws, maar de impact op spaargeld is vaak minder zichtbaar. Ook wanneer je rente ontvangt, kan inflatie ervoor zorgen dat de koopkracht van je vermogen afneemt. In dit artikel leggen we uit hoe inflatie en spaarrente zich tot elkaar verhouden en welke factoren een rol spelen bij het behoud van koopkracht.

Nominaal versus reëel rendement
Inflatie betekent dat prijzen van producten en diensten stijgen, waardoor geld in de loop van de tijd minder waard wordt. Bij sparen wordt daarom vaak onderscheid gemaakt tussen twee begrippen:
Nominaal rendement: Dit is de rente die een bank uitkeert op een spaarrekening of deposito.
Reëel rendement: Dit is het rendement gecorrigeerd voor inflatie en geeft inzicht in de ontwikkeling van koopkracht.
Wanneer de inflatie hoger is dan de ontvangen rente, neemt de koopkracht van spaargeld af, ook als het saldo op de rekening stijgt.
Waarom inflatie relevant is voor spaarders
Stel dat de spaarrente 2,5% bedraagt en de inflatie 4%. In dat geval groeit het spaarsaldo in nominale zin, maar kan men met dat geld minder kopen dan voorheen. Het verschil tussen rente en inflatie bepaalt dus of spaargeld in reële termen waarde behoudt.
In periodes waarin inflatie daalt of spaarrentes stijgen, kan dit verschil kleiner worden of omslaan. Daarom wordt inflatie vaak gezien als een belangrijke macro-economische indicator voor spaarders.
De huidige context
Wanneer inflatie structureel hoger ligt dan spaarrentes, leidt sparen in reële termen tot koopkrachtverlies. Dit is geen vast gegeven: zowel inflatie als rente bewegen in de tijd. Centrale banken, economische groei en marktomstandigheden spelen hierbij een rol.
Het volgen van inflatiecijfers en rentebewegingen kan helpen om beter te begrijpen hoe de waarde van spaargeld zich ontwikkelt, zonder dat daar direct actie aan verbonden hoeft te zijn.
Factoren die invloed hebben op koopkracht
Zonder individuele keuzes te beoordelen, zijn er enkele algemene factoren die vaak worden genoemd in de context van sparen en inflatie:
Hoogte van de spaarrente: Rentes verschillen per bank en per type spaarproduct.
Looptijd en flexibiliteit: Vrij opneembaar sparen en spaargeld met een vaste looptijd kennen verschillende kenmerken.
Tijdshorizon van het spaardoel: De periode waarvoor geld wordt aangehouden kan invloed hebben op hoe gevoelig het is voor inflatie.
Omvang van het spaarsaldo: Een groter saldo kan in absolute zin sterker worden beïnvloed door inflatie, positief of negatief.
Deze factoren zijn sterk situatieafhankelijk en zeggen op zichzelf niets over wat passend is voor een individuele spaarder.
Samenvattend
Inflatie heeft een directe invloed op de koopkracht van spaargeld. Het verschil tussen inflatie en spaarrente bepaalt of spaargeld in reële termen waarde behoudt of verliest. Door inzicht te hebben in deze mechanismen kunnen spaarders beter begrijpen wat er met hun vermogen gebeurt in verschillende economische omstandigheden.
Dit artikel is bedoeld om inzicht te geven in de werking van inflatie en sparen, niet om persoonlijk financieel advies te geven.


