ECB houdt rente op 2,25%: wat betekent dit voor spaarrentes?
De ECB hield haar beleidsrentes op 23 juli 2026 ongewijzigd. Lees wat de depositorente van 2,25% betekent voor spaarrentes en deposito’s.

De Europese Centrale Bank heeft op 23 juli 2026 besloten haar drie belangrijkste beleidsrentes niet te wijzigen. De depositofaciliteitsrente blijft daardoor 2,25%.
Een ongewijzigde ECB-rente betekent niet dat spaarrentes bij alle banken eveneens gelijk blijven. Banken bepalen hun eigen tarieven en houden daarbij rekening met renteverwachtingen, concurrentie en hun behoefte aan spaargeld.
De ECB heeft geen vooraf vastgelegd rentepad. Toekomstige besluiten blijven afhankelijk van nieuwe gegevens over inflatie, economische groei en de doorwerking van het monetaire beleid.
Dit nieuwsartikel behandelt het rentebesluit van 23 juli 2026. Op 10 september volgde een nieuw besluit: lees wat de ECB-renteverhoging naar 2,50% betekent voor spaarders. De latere ontwikkelingen, bijgewerkt tot 10 september 2026, staan na de uitleg van het besluit. Voor de algemene werking van het rentebeleid lees je hoe de ECB de spaarrente beïnvloedt.
Wat heeft de ECB op 23 juli 2026 besloten?
De ECB liet alle drie de officiële rentetarieven ongewijzigd:
Depositofaciliteitsrente: 2,25%.
Basisherfinancieringsrente: 2,40%.
Marginale beleningsrente: 2,65%.
Voor spaarders is vooral de depositofaciliteitsrente relevant. Dit is de rente die banken ontvangen wanneer zij overtollige centrale-bankreserves voor één nacht bij het Eurosysteem aanhouden.
De depositofaciliteitsrente vormt een belangrijk anker voor korte geldmarktrentes in de eurozone. Zij bepaalt echter niet rechtstreeks hoeveel rente een bank aan particuliere spaarders betaalt.
Waarom houdt de ECB de rente gelijk?
De ECB verhoogde de beleidsrentes in juni 2026 nog met 25 basispunten. De depositofaciliteitsrente steeg toen van 2,00% naar 2,25%.
Aanleiding voor die verhoging was vooral de inflatiedruk als gevolg van hogere energieprijzen en het conflict in het Midden-Oosten. De ECB wilde voorkomen dat hogere energieprijzen zich breder zouden verspreiden naar andere prijzen, lonen en inflatieverwachtingen.
Sinds het rentebesluit van juni zijn er zowel meevallende als tegenvallende ontwikkelingen geweest. De inflatie in de eurozone daalde in juni naar 2,8%, tegenover 3,2% in mei. Ook de onderliggende inflatie nam af.
Tegelijkertijd blijven energieprijzen volatiel en liggen zij nog aanzienlijk hoger dan vóór het conflict. Volgens de ECB moet de volledige invloed van deze energieschok op de inflatie bovendien nog zichtbaar worden.
Er zijn vooralsnog geen sterke aanwijzingen dat de hogere energiekosten breed doorwerken in lonen en consumentenprijzen. Dat gaf de ECB ruimte om de rente in juli niet opnieuw te verhogen.
De centrale bank kiest daarmee voor een pas op de plaats: de rente wordt niet verder verhoogd, maar ook niet teruggebracht naar 2,00%.
Inflatieverwachtingen dalen licht in juli
Nieuwe cijfers uit de Consumer Expectations Survey van de ECB laten zien dat de inflatieverwachtingen van consumenten in juli licht zijn gedaald. De mediane verwachting voor de inflatie over de komende twaalf maanden daalde van 3,0% in juni naar 2,9% in juli. Voor drie jaar vooruit daalde de verwachting van 2,8% naar 2,7%. De verwachting voor vijf jaar vooruit bleef met 2,4% ongewijzigd.
Voor het rentebeleid zijn inflatieverwachtingen relevant omdat de ECB niet alleen kijkt naar de actuele inflatie, maar ook naar de vraag of huishoudens en bedrijven langdurig hogere prijsstijgingen verwachten. De lichte daling geeft op zichzelf geen richting aan het volgende rentebesluit. De ECB beoordeelt inflatieverwachtingen samen met onder meer gerealiseerde inflatie, lonen, energieprijzen en economische groei.
Betekent dit dat de rente voorlopig op 2,25% blijft?
Dat is niet zeker. De ECB heeft benadrukt dat zij geen vooraf vastgelegd rentepad volgt.
Nieuwe besluiten worden per vergadering genomen en hangen onder meer af van:
de actuele en verwachte inflatie;
de ontwikkeling van olie- en gasprijzen;
lonen en arbeidskosten;
inflatieverwachtingen van huishoudens en bedrijven;
economische groei;
de mate waarin eerder rentebeleid doorwerkt.
Blijven energieprijzen langdurig hoog en verspreiden de prijsstijgingen zich naar andere onderdelen van de economie, dan kan opnieuw een renteverhoging in beeld komen.
Een scenarioanalyse van De Nederlandsche Bank laat bijvoorbeeld zien dat langdurig hoge energieprijzen via hogere lonen en bredere prijsstijgingen voor hardnekkigere inflatie kunnen zorgen. In zo’n zwaar scenario kan opnieuw een renteverhoging in beeld komen, afhankelijk van de bredere inflatievooruitzichten en economische omstandigheden.
Neemt de inflatiedruk juist verder af en blijven tweede-ronde-effecten uit, dan kan de ECB de rente langer gelijk houden. Het rentebesluit van juli geeft daarom vooral aan dat de ECB meer informatie wil afwachten.
Wat betekent het besluit voor vrij opneembare spaarrentes?
Voor vrij opneembare spaarrentes ontstaat door dit besluit geen nieuw beleidsrentetarief. Banken hoeven daarom niet direct te reageren op een verhoging of verlaging van de ECB-rente.
Dat betekent niet dat alle spaarrentes ongewijzigd blijven. Een bank kan haar rente nog steeds aanpassen vanwege:
de renteverhoging van de ECB in juni;
veranderende geldmarktrentes;
verwachtingen over een eventuele volgende ECB-verhoging;
concurrentie met andere banken;
de behoefte aan extra spaargeld;
het aflopen of starten van een actieperiode;
commerciële keuzes.
Banken reageren bovendien niet allemaal even snel. Een bank die actief nieuwe spaarders wil aantrekken, kan eerder een hogere rente aanbieden. Een bank die al over veel spaargeld beschikt, heeft mogelijk minder reden om haar rente te verhogen.
Gaan spaarrentes hierdoor stijgen?
Het ongewijzigde rentebesluit is op zichzelf geen garantie voor stijgende spaarrentes.
De renteverhoging van juni kan nog wel verder doorwerken. Sommige banken passen hun tarieven pas na enkele weken aan. Andere banken hadden vóór of direct na het eerdere besluit al rekening gehouden met een hogere ECB-rente.
De uitspraken van ECB-bestuurders onderstrepen dat de inflatievooruitzichten onzeker blijven. Zowel een langere periode met een ongewijzigde rente als een nieuwe aanpassing blijft mogelijk. De ECB heeft zich niet vastgelegd op een bepaald scenario.
Voor spaarders zijn daardoor meerdere scenario’s mogelijk:
sommige banken verhogen hun variabele spaarrente alsnog;
andere banken houden hun rente gelijk;
banken kunnen tijdelijke actierentes introduceren;
banken met voldoende spaargeld kunnen achterblijven;
depositoaanbieders kunnen eerder reageren op gewijzigde renteverwachtingen.
De daadwerkelijke ontwikkeling moet daarom blijken uit de tarieven die banken in de komende periode publiceren.
Wat betekent het besluit voor deposito’s?
Depositorentes reageren niet alleen op de actuele ECB-rente, maar ook op verwachtingen over toekomstige renteontwikkelingen.
Bij een deposito zet je geld voor een afgesproken looptijd vast tegen een rente die doorgaans gedurende de volledige looptijd gelijk blijft. Banken kijken bij het bepalen van die rente onder meer naar:
verwachte toekomstige ECB-rentes;
rentes op staatsobligaties en andere kapitaalmarktinstrumenten;
de looptijd van het deposito;
de hoeveelheid financiering die de bank nodig heeft.
Wanneer financiële markten rekening houden met verdere renteverhogingen, kunnen nieuwe depositorentes stijgen voordat de ECB daadwerkelijk opnieuw in actie komt.
Verwachten banken juist dat de huidige energieschok tijdelijk blijft en de rente later weer kan dalen, dan hoeven langere depositorentes niet mee te stijgen.
Hierdoor kan het voorkomen dat kortlopende deposito’s tijdelijk meer rente bieden dan langer lopende deposito’s. Een langere looptijd levert dus niet automatisch het hoogste percentage op.
Waarom beweegt de spaarrente niet één-op-één met de ECB-rente?
De ECB bepaalt de algemene renteomgeving, maar iedere bank bepaalt haar eigen spaarrente.
Een bank vergelijkt spaargeld bovendien met andere financieringsbronnen, zoals obligaties en professionele geldmarkten. Wanneer spaargeld relatief aantrekkelijk is als financieringsbron, kan de bank een hogere rente bieden om meer deposito’s aan te trekken.
Ook het gedrag van spaarders speelt een rol. Veel klanten laten hun spaargeld bij hun vaste bank staan, zelfs wanneer andere banken aanzienlijk meer rente bieden. Daardoor ervaren niet alle banken dezelfde concurrentiedruk.
Een verandering in de ECB-rente wordt daarom vaak slechts gedeeltelijk en met vertraging doorgegeven.
Wat betekent dit voor spaarders bij Nederlandse grootbanken?
Grote Nederlandse banken beschikken over omvangrijke en relatief stabiele spaarsaldi. Zij hoeven daardoor niet altijd met de hoogste rente te concurreren om voldoende financiering aan te trekken.
Kleinere banken en buitenlandse aanbieders kunnen een hogere rente gebruiken om nieuwe klanten en spaargeld aan te trekken.
Het verschil tussen aanbieders kan daarom blijven bestaan, ook wanneer zij allemaal met dezelfde ECB-rente en Europese geldmarkt te maken hebben.
Vergelijk niet alleen het rentepercentage, maar controleer ook:
of de rente tijdelijk of structureel is;
over welk saldo de rente geldt;
of het geld vrij opneembaar is;
de minimale en maximale inleg;
het toepasselijke depositogarantiestelsel;
eventuele bronbelasting.
Wat gaat RevoSave de komende periode volgen?
Het rentebesluit en de uitspraken van ECB-bestuurders laten nog niet zien welke banken hun spaarrente daadwerkelijk aanpassen. Daarom volgt RevoSave de komende periode onder meer:
verhogingen en verlagingen van variabele spaarrentes;
nieuwe en aflopende actierentes;
veranderingen in depositorentes per looptijd;
verschillen tussen Nederlandse grootbanken en andere aanbieders;
de snelheid waarmee banken op de renteomgeving reageren.
Op basis van die ontwikkelingen kan beter worden beoordeeld in hoeverre de renteverhoging van juni, het besluit van juli en veranderende renteverwachtingen daadwerkelijk bij spaarders terechtkomen.
Wat kun je als spaarder nu doen?
Een ongewijzigd ECB-besluit of de mogelijkheid van een toekomstige verhoging is geen reden om onmiddellijk geld langdurig vast te zetten of een rekening te sluiten.
Wel kan het verstandig zijn om te controleren:
welke rente je momenteel ontvangt;
of een tijdelijke actierente binnenkort afloopt;
hoe jouw rente zich verhoudt tot andere aanbieders;
of je spaargeld binnen de depositogarantie valt;
welk deel van je geld vrij beschikbaar moet blijven;
of een deposito past bij het doel en de looptijd van je spaargeld.
Bekijk actuele variabele rentes en voorwaarden in het spaarrenteoverzicht van RevoSave. Producten met een vaste looptijd vind je in het deposito-overzicht.
Meer uitleg over de algemene samenhang tussen ECB-beleid en spaarrentes lees je in De rol van de ECB en de invloed op spaarrentes.
Samengevat
De ECB hield op 23 juli 2026 de depositofaciliteitsrente ongewijzigd op 2,25%. De basisherfinancieringsrente blijft 2,40% en de marginale beleningsrente 2,65%.
Uit de op 27 augustus gepubliceerde notulen blijkt dat alle ECB-bestuurders de rentepauze in juli steunden. Op 10 september besloot de ECB alsnog de drie beleidsrentes met 0,25 procentpunt te verhogen. De depositorente bedraagt daardoor vanaf 16 september 2026 2,50%.
De snelle raming voor augustus laat inmiddels zien dat de inflatie in de eurozone is gestegen van 2,9% naar 3,3%, vooral door hogere energieprijzen. De onderliggende prijsdruk versnelde veel minder sterk: de inflatie exclusief energie bleef 2,2% en de kerninflatie daalde licht naar 2,4%.
DNB zag aanvankelijk slechts beperkte bredere doorwerking van hogere energieprijzen naar prijzen en lonen, al kunnen zulke tweede-ronde-effecten met vertraging optreden. De latere renteverhoging verandert niets aan het historische besluit van 23 juli: toen bleef de depositorente ongewijzigd op 2,25%.
Voor spaarders betekent dit dat er geen gegarandeerde richting voor spaarrentes is. Een nieuwe ECB-verhoging kan opwaartse druk geven op geldmarkt- en spaarrentes, maar banken bepalen hun tarieven zelfstandig op basis van onder meer concurrentie, financieringsbehoefte, geldmarktrentes en verwachtingen over toekomstig ECB-beleid.
Latere ontwikkelingen na het besluit van 23 juli 2026
Update 10 september 2026: ECB verhoogt depositorente naar 2,50%
De ECB besloot op 10 september de drie beleidsrentes met 25 basispunten te verhogen. De depositorente stijgt van 2,25% naar 2,50%, de basisherfinancieringsrente naar 2,65% en de marginale beleningsrente naar 2,90%. De nieuwe tarieven gelden vanaf 16 september 2026.
Lees voor de volledige uitkomst en gevolgen voor spaarders het artikel over de ECB-renteverhoging naar 2,50%.
Update 9 september 2026: ECB beslist morgen, markt verwacht 2,50%
De Raad van Bestuur van de ECB vergaderde op 9 en 10 september over het monetaire beleid. Op 9 september moest het besluit nog volgen en bleef de depositofaciliteitsrente 2,25%.
In een Reuters-peiling die van 31 augustus tot en met 3 september werd gehouden, verwachtten alle 65 ondervraagde economen een verhoging met 25 basispunten naar 2,50%. Ongeveer 91% van hen verwacht dat de depositorente eind 2026 op 2,50% staat, en ongeveer 78% verwacht dat dat tarief tot medio 2027 blijft gelden. De aanhoudende inflatiedruk is daarvoor de belangrijkste reden.
Op 9 september was de peiling nog geen besluit en had de ECB zich niet vooraf op een verhoging vastgelegd. De uitkomst van de vergadering staat in de update van 10 september hierboven.
Ook wanneer de ECB verhoogt, gaat de spaarrente niet automatisch mee. Banken bepalen hun eigen tarieven en geven een hogere beleidsrente vaak gedeeltelijk en met vertraging door. Wat je vandaag bij welke aanbieder krijgt, zie je in het spaarrenteoverzicht en het deposito-overzicht.
Update 1 september 2026: eurozone-inflatie stijgt naar 3,3%
De snelle raming van Eurostat laat zien dat de inflatie in de eurozone in augustus is gestegen van 2,9% naar 3,3%. De stijging komt vooral door energie: energieprijzen lagen naar schatting 14,3% hoger dan een jaar eerder, tegenover 10,3% in juli.
De bredere prijsdruk versnelde niet in dezelfde mate. De inflatie exclusief energie bleef op 2,2%, terwijl de diensteninflatie daalde van 3,3% naar 3,0%. De inflatie exclusief energie, voedsel, alcohol en tabak daalde licht van 2,5% naar 2,4%.
Voor het ECB-beleid is dat onderscheid belangrijk. De totale inflatie loopt door de energieschok verder op, maar de cijfers wijzen vooralsnog niet op een even sterke versnelling van de onderliggende inflatie. Daarmee blijft de vraag centraal staan in hoeverre hogere energieprijzen uiteindelijk doorwerken naar andere prijzen, lonen en inflatieverwachtingen.
Voor spaarders vergroot een aanhoudend hogere inflatie het risico dat de ECB de beleidsrente langer op een hoger niveau houdt of opnieuw verhoogt. Dat betekent echter niet dat spaarrentes automatisch of direct meestijgen.
Update 27 augustus 2026: ECB-notulen wijzen op kans op verdere renteverhoging
Uit de op 27 augustus gepubliceerde notulen van de ECB-vergadering van 22 en 23 juli blijkt dat alle leden de pauze in de renteverhogingen steunden. Tegelijkertijd benadrukten verschillende leden dat de inflatierisico’s nog steeds opwaarts gericht zijn.
In de discussie werd naar voren gebracht dat waarschijnlijk opnieuw een renteverhoging nodig is als het inflatievooruitzicht niet duidelijk verbetert. De ECB legde zich echter niet vooraf vast op een verhoging tijdens de vergadering van september. De ontwikkeling van inflatie, energieprijzen, lonen en inflatieverwachtingen blijft bepalend.
Volgens de notulen kan eerder ingrijpen gerechtvaardigd zijn wanneer inflatieverwachtingen minder goed verankerd raken, de onderliggende prijsdruk duidelijk toeneemt of bedrijven hun prijzen sneller gaan aanpassen. Sommige leden waarschuwden dat wachten tot tweede-ronde-effecten daadwerkelijk zichtbaar zijn het risico vergroot dat het monetaire beleid achter de ontwikkelingen aanloopt.
Voor spaarders betekent dit dat de pauze van juli niet automatisch het einde van de renteverhogingscyclus betekent. Een nieuwe ECB-verhoging kan de opwaartse druk op geldmarkt- en spaarrentes vergroten, maar banken bepalen uiteindelijk zelf wanneer en in welke mate zij hogere beleidsrentes doorgeven.
Een analyse van De Nederlandsche Bank van 27 augustus laat tegelijkertijd zien dat de bredere doorwerking van hogere energieprijzen naar prijzen en lonen tot nu toe beperkt zichtbaar is. DNB benadrukt wel dat zulke effecten met vertraging kunnen optreden.
Update 24 augustus 2026: Cipollone over energieprijzen en rente
ECB-bestuurder Piero Cipollone benadrukte op 24 augustus dat de reactie van het monetaire beleid op een aanbodschok, zoals een sterke stijging van de olieprijs, zorgvuldig moet worden afgewogen. Een renteverhoging kan de inflatiedruk beperken, maar tegelijkertijd de economische groei verder afremmen wanneer die al door de schok wordt geraakt.
Volgens Cipollone kunnen centrale banken weinig doen aan de energieprijs zelf. Wel kunnen zij proberen te voorkomen dat hogere energieprijzen leiden tot langdurig hogere inflatieverwachtingen. Het verankeren van die verwachtingen rond de inflatiedoelstelling van 2% blijft daarom belangrijk. Deze uitspraken geven op zichzelf geen concrete aanwijzing voor het volgende rentebesluit.
Update 24 juli 2026: bestuurders benadrukken inflatierisico’s
Een dag na het rentebesluit waarschuwden verschillende leden van de ECB-Raad van Bestuur dat de inflatierisico’s hoog blijven.
Bundesbank-president Joachim Nagel wees op de aanhoudende onzekerheid rond het conflict in het Midden-Oosten. Volgens hem heeft de renteverhoging van juni de ECB in een goede positie gebracht om opnieuw te reageren wanneer de inflatievooruitzichten verslechteren.
Ook de Sloveense centralebankpresident Primož Dolenc en de Oostenrijkse centralebankpresident Martin Kocher wezen op de risico’s. Kocher gaf aan dat een renteverhoging nodig kan worden wanneer de inflatieverwachtingen duidelijk verslechteren.
Geen van deze bestuurders legde zich echter vast op een verhoging tijdens de volgende rentevergadering. Het rentebesluit blijft afhankelijk van nieuwe cijfers over energieprijzen, lonen, inflatieverwachtingen en economische groei.
ECB-hoofdeconoom Philip Lane omschreef de huidige inflatieschok als middelgroot. Volgens hem vraagt deze situatie om een beheerste beleidsreactie en niet om dezelfde snelle en agressieve ingrepen als tijdens de inflatiecrisis van 2022.
De ECB let vooral op zogenoemde tweede-ronde-effecten. Die ontstaan wanneer hogere energieprijzen leiden tot hogere looneisen en bedrijven deze extra kosten vervolgens doorberekenen in hun prijzen. Zulke effecten zijn tot nu toe niet duidelijk zichtbaar, maar het risico neemt toe wanneer energieprijzen langere tijd hoog blijven.
Bronnen
IEX – Reuters-peiling: ECB verhoogt rente in september naar 2,50%, 3 september 2026
Eurostat – Euro area annual inflation up to 3.3%, augustus 2026
Europese Centrale Bank – Notulen monetaire vergadering 22–23 juli 2026
De Nederlandsche Bank – Stijgende energieprijzen: gevolgen voor prijzen en lonen, 27 augustus 2026
Europese Centrale Bank – Interview met Piero Cipollone, 24 augustus 2026
Europese Centrale Bank – Consumer Expectations Survey, juli 2026
Europese Centrale Bank – Toelichting en persconferentie van 23 juli 2026
De Nederlandsche Bank – Scenario’s bij langdurig hoge energieprijzen
Reuters – ECB-bestuurders over inflatierisico’s en mogelijke renteverhogingen
Van uitleg naar vergelijken
Bekijk welke rente en voorwaarden bij je passen
Vergelijk actuele spaarrekeningen en deposito’s van Nederlandse en Europese banken.