SpaarrenteRevoSave

ECB houdt rente op 2,25%: wat betekent dit voor spaarrentes?

De ECB houdt de depositorente op 2,25%. Nieuwe uitspraken laten zien dat een verdere verhoging mogelijk blijft als de inflatiedruk opnieuw oploopt.

Door RevoSaveGepubliceerd Bijgewerkt 8 min lezen
Drie vertegenwoordigers van de Europese Centrale Bank tijdens de persconferentie van 23 juli 2026

Foto: Europese Centrale Bank, persconferentie 23 juli 2026. Bekijk de originele foto.

De Europese Centrale Bank heeft op 23 juli 2026 besloten haar drie belangrijkste beleidsrentes niet te wijzigen. De depositofaciliteitsrente blijft daardoor 2,25%.

Een ongewijzigde ECB-rente betekent niet dat spaarrentes bij alle banken eveneens gelijk blijven. Banken bepalen hun eigen tarieven en houden daarbij rekening met renteverwachtingen, concurrentie en hun behoefte aan spaargeld.

Het besluit is bovendien geen signaal dat de renteverhogingscyclus definitief voorbij is. Uitspraken van verschillende ECB-bestuurders na het rentebesluit laten zien dat een verdere verhoging mogelijk blijft wanneer de inflatievooruitzichten verslechteren.

Update 24 juli 2026: verdere renteverhoging blijft mogelijk

Een dag na het rentebesluit waarschuwden verschillende leden van de ECB-Raad van Bestuur dat de inflatierisico’s hoog blijven.

Bundesbank-president Joachim Nagel wees op de aanhoudende onzekerheid rond het conflict in het Midden-Oosten. Volgens hem heeft de renteverhoging van juni de ECB in een goede positie gebracht om opnieuw te reageren wanneer de inflatievooruitzichten verslechteren.

Ook de Sloveense centralebankpresident Primož Dolenc en de Oostenrijkse centralebankpresident Martin Kocher wezen op de risico’s. Kocher gaf aan dat een renteverhoging nodig kan worden wanneer de inflatieverwachtingen duidelijk verslechteren.

Geen van deze bestuurders legde zich echter vast op een verhoging tijdens de volgende rentevergadering. Het rentebesluit blijft afhankelijk van nieuwe cijfers over energieprijzen, lonen, inflatieverwachtingen en economische groei.

ECB-hoofdeconoom Philip Lane omschreef de huidige inflatieschok als middelgroot. Volgens hem vraagt deze situatie om een beheerste beleidsreactie en niet om dezelfde snelle en agressieve ingrepen als tijdens de inflatiecrisis van 2022.

De ECB let vooral op zogenoemde tweede-ronde-effecten. Die ontstaan wanneer hogere energieprijzen leiden tot hogere looneisen en bedrijven deze extra kosten vervolgens doorberekenen in hun prijzen. Zulke effecten zijn tot nu toe niet duidelijk zichtbaar, maar het risico neemt toe wanneer energieprijzen langere tijd hoog blijven.

Wat heeft de ECB op 23 juli 2026 besloten?

De ECB liet alle drie de officiële rentetarieven ongewijzigd:

  • Depositofaciliteitsrente: 2,25%.

  • Basisherfinancieringsrente: 2,40%.

  • Marginale beleningsrente: 2,65%.

Voor spaarders is vooral de depositofaciliteitsrente relevant. Dit is de rente die banken ontvangen wanneer zij overtollige centrale-bankreserves voor één nacht bij het Eurosysteem aanhouden.

De depositofaciliteitsrente vormt een belangrijk anker voor korte geldmarktrentes in de eurozone. Zij bepaalt echter niet rechtstreeks hoeveel rente een bank aan particuliere spaarders betaalt.

Waarom houdt de ECB de rente gelijk?

De ECB verhoogde de beleidsrentes in juni 2026 nog met 25 basispunten. De depositofaciliteitsrente steeg toen van 2,00% naar 2,25%.

Aanleiding voor die verhoging was vooral de inflatiedruk als gevolg van hogere energieprijzen en het conflict in het Midden-Oosten. De ECB wilde voorkomen dat hogere energieprijzen zich breder zouden verspreiden naar andere prijzen, lonen en inflatieverwachtingen.

Sinds het rentebesluit van juni zijn er zowel meevallende als tegenvallende ontwikkelingen geweest. De inflatie in de eurozone daalde in juni naar 2,8%, tegenover 3,2% in mei. Ook de onderliggende inflatie nam af.

Tegelijkertijd blijven energieprijzen volatiel en liggen zij nog aanzienlijk hoger dan vóór het conflict. Volgens de ECB moet de volledige invloed van deze energieschok op de inflatie bovendien nog zichtbaar worden.

Er zijn vooralsnog geen sterke aanwijzingen dat de hogere energiekosten breed doorwerken in lonen en consumentenprijzen. Dat gaf de ECB ruimte om de rente in juli niet opnieuw te verhogen.

De centrale bank kiest daarmee voor een pas op de plaats: de rente wordt niet verder verhoogd, maar ook niet teruggebracht naar 2,00%.

Betekent dit dat de rente voorlopig op 2,25% blijft?

Dat is niet zeker. De ECB heeft benadrukt dat zij geen vooraf vastgelegd rentepad volgt.

Nieuwe besluiten worden per vergadering genomen en hangen onder meer af van:

  • de actuele en verwachte inflatie;

  • de ontwikkeling van olie- en gasprijzen;

  • lonen en arbeidskosten;

  • inflatieverwachtingen van huishoudens en bedrijven;

  • economische groei;

  • de mate waarin eerder rentebeleid doorwerkt.

Blijven energieprijzen langdurig hoog en verspreiden de prijsstijgingen zich naar andere onderdelen van de economie, dan kan opnieuw een renteverhoging in beeld komen.

Een scenarioanalyse van De Nederlandsche Bank laat bijvoorbeeld zien dat langdurig hoge energieprijzen via hogere lonen en bredere prijsstijgingen voor hardnekkigere inflatie kunnen zorgen. In zo’n zwaar scenario ligt een nieuwe renteverhoging voor de hand.

Neemt de inflatiedruk juist verder af en blijven tweede-ronde-effecten uit, dan kan de ECB de rente langer gelijk houden. Het rentebesluit van juli geeft daarom vooral aan dat de ECB meer informatie wil afwachten.

Wat betekent het besluit voor vrij opneembare spaarrentes?

Voor vrij opneembare spaarrentes ontstaat door dit besluit geen nieuw beleidsrentetarief. Banken hoeven daarom niet direct te reageren op een verhoging of verlaging van de ECB-rente.

Dat betekent niet dat alle spaarrentes ongewijzigd blijven. Een bank kan haar rente nog steeds aanpassen vanwege:

  • de renteverhoging van de ECB in juni;

  • veranderende geldmarktrentes;

  • verwachtingen over een eventuele volgende ECB-verhoging;

  • concurrentie met andere banken;

  • de behoefte aan extra spaargeld;

  • het aflopen of starten van een actieperiode;

  • commerciële keuzes.

Banken reageren bovendien niet allemaal even snel. Een bank die actief nieuwe spaarders wil aantrekken, kan eerder een hogere rente aanbieden. Een bank die al over veel spaargeld beschikt, heeft mogelijk minder reden om haar rente te verhogen.

Gaan spaarrentes hierdoor stijgen?

Het ongewijzigde rentebesluit is op zichzelf geen garantie voor stijgende spaarrentes.

De renteverhoging van juni kan nog wel verder doorwerken. Sommige banken passen hun tarieven pas na enkele weken aan. Andere banken hadden vóór of direct na het eerdere besluit al rekening gehouden met een hogere ECB-rente.

De uitspraken van ECB-bestuurders op 24 juli verkleinen wel de kans dat de beleidsrente op korte termijn alweer wordt verlaagd. Wanneer banken en financiële markten rekening houden met een langere periode van hoge of verder stijgende beleidsrentes, kan dat opwaartse druk geven op sommige spaarrentes.

Voor spaarders zijn daardoor meerdere scenario’s mogelijk:

  • sommige banken verhogen hun variabele spaarrente alsnog;

  • andere banken houden hun rente gelijk;

  • banken kunnen tijdelijke actierentes introduceren;

  • banken met voldoende spaargeld kunnen achterblijven;

  • depositoaanbieders kunnen eerder reageren op gewijzigde renteverwachtingen.

De daadwerkelijke ontwikkeling moet daarom blijken uit de tarieven die banken in de komende periode publiceren.

Wat betekent het besluit voor deposito’s?

Depositorentes reageren niet alleen op de actuele ECB-rente, maar ook op verwachtingen over toekomstige renteontwikkelingen.

Bij een deposito zet je geld voor een afgesproken looptijd vast tegen een rente die doorgaans gedurende de volledige looptijd gelijk blijft. Banken kijken bij het bepalen van die rente onder meer naar:

  • verwachte toekomstige ECB-rentes;

  • rentes op staatsobligaties en andere kapitaalmarktinstrumenten;

  • de looptijd van het deposito;

  • de hoeveelheid financiering die de bank nodig heeft.

Wanneer financiële markten rekening houden met verdere renteverhogingen, kunnen nieuwe depositorentes stijgen voordat de ECB daadwerkelijk opnieuw in actie komt.

Verwachten banken juist dat de huidige energieschok tijdelijk blijft en de rente later weer kan dalen, dan hoeven langere depositorentes niet mee te stijgen.

Hierdoor kan het voorkomen dat kortlopende deposito’s tijdelijk meer rente bieden dan langer lopende deposito’s. Een langere looptijd levert dus niet automatisch het hoogste percentage op.

Waarom beweegt de spaarrente niet één-op-één met de ECB-rente?

De ECB bepaalt de algemene renteomgeving, maar iedere bank bepaalt haar eigen spaarrente.

Een bank vergelijkt spaargeld bovendien met andere financieringsbronnen, zoals obligaties en professionele geldmarkten. Wanneer spaargeld relatief aantrekkelijk is als financieringsbron, kan de bank een hogere rente bieden om meer deposito’s aan te trekken.

Ook het gedrag van spaarders speelt een rol. Veel klanten laten hun spaargeld bij hun vaste bank staan, zelfs wanneer andere banken aanzienlijk meer rente bieden. Daardoor ervaren niet alle banken dezelfde concurrentiedruk.

Een verandering in de ECB-rente wordt daarom vaak slechts gedeeltelijk en met vertraging doorgegeven.

Wat betekent dit voor spaarders bij Nederlandse grootbanken?

Grote Nederlandse banken beschikken over omvangrijke en relatief stabiele spaarsaldi. Zij hoeven daardoor niet altijd met de hoogste rente te concurreren om voldoende financiering aan te trekken.

Kleinere banken en buitenlandse aanbieders kunnen een hogere rente gebruiken om nieuwe klanten en spaargeld aan te trekken.

Het verschil tussen aanbieders kan daarom blijven bestaan, ook wanneer zij allemaal met dezelfde ECB-rente en Europese geldmarkt te maken hebben.

Vergelijk niet alleen het rentepercentage, maar controleer ook:

  • of de rente tijdelijk of structureel is;

  • over welk saldo de rente geldt;

  • of het geld vrij opneembaar is;

  • de minimale en maximale inleg;

  • het toepasselijke depositogarantiestelsel;

  • eventuele bronbelasting.

Wat gaat RevoSave de komende periode volgen?

Het rentebesluit en de uitspraken van ECB-bestuurders laten nog niet zien welke banken hun spaarrente daadwerkelijk aanpassen. Daarom volgt RevoSave de komende periode onder meer:

  • verhogingen en verlagingen van variabele spaarrentes;

  • nieuwe en aflopende actierentes;

  • veranderingen in depositorentes per looptijd;

  • verschillen tussen Nederlandse grootbanken en andere aanbieders;

  • de snelheid waarmee banken op de renteomgeving reageren.

Op basis van die ontwikkelingen kan beter worden beoordeeld in hoeverre de renteverhoging van juni, het besluit van juli en veranderende renteverwachtingen daadwerkelijk bij spaarders terechtkomen.

Wat kun je als spaarder nu doen?

Een ongewijzigd ECB-besluit of de mogelijkheid van een toekomstige verhoging is geen reden om onmiddellijk geld langdurig vast te zetten of een rekening te sluiten.

Wel kan het verstandig zijn om te controleren:

  • welke rente je momenteel ontvangt;

  • of een tijdelijke actierente binnenkort afloopt;

  • hoe jouw rente zich verhoudt tot andere aanbieders;

  • of je spaargeld binnen de depositogarantie valt;

  • welk deel van je geld vrij beschikbaar moet blijven;

  • of een deposito past bij het doel en de looptijd van je spaargeld.

Bekijk actuele variabele rentes en voorwaarden in het spaarrenteoverzicht van RevoSave. Producten met een vaste looptijd vind je in het deposito-overzicht.

Meer uitleg over de algemene samenhang tussen ECB-beleid en spaarrentes lees je in De rol van de ECB en de invloed op spaarrentes.

Samengevat

De ECB hield op 23 juli 2026 de depositofaciliteitsrente ongewijzigd op 2,25%. De basisherfinancieringsrente blijft 2,40% en de marginale beleningsrente 2,65%.

De centrale bank wil eerst meer duidelijkheid over de duur en invloed van de hogere energieprijzen. De inflatie is in juni afgenomen, maar het volledige effect van de energieschok op andere prijzen en lonen moet mogelijk nog volgen.

Uitspraken van verschillende ECB-bestuurders op 24 juli maken duidelijk dat een nieuwe renteverhoging mogelijk blijft wanneer de inflatievooruitzichten of inflatieverwachtingen verslechteren. Er is echter nog geen besluit genomen over de volgende rentevergadering.

Voor spaarders betekent dit dat snel dalende spaarrentes minder waarschijnlijk lijken, maar een stijging is evenmin gegarandeerd. Banken bepalen hun tarieven op basis van concurrentie, financieringsbehoefte en verwachtingen over toekomstige rentes.

De komende weken moeten uitwijzen welke banken de eerdere ECB-verhoging alsnog doorgeven en welke aanbieders hun rentes ongewijzigd laten.

Bronnen

Van uitleg naar vergelijken

Bekijk welke rente en voorwaarden bij je passen

Vergelijk actuele spaarrekeningen en deposito’s van Nederlandse en Europese banken.