CPB: koopkracht daalt in 2027 – wat betekent dit voor spaarders?
Het CPB verwacht dat de doorsnee koopkracht in 2027 met 0,3% daalt. Lees wat hogere inflatie en de nieuwe raming betekenen voor spaarders.

Foto: ClickerHappy via Pexels. De foto is door Pexels aangemerkt als vrij te gebruiken (CC0).
De koopkracht van Nederlandse huishoudens ontwikkelt zich minder gunstig dan eerder werd verwacht. In de concept-Macro Economische Verkenning 2027 van 14 augustus 2026 raamt het Centraal Planbureau dat de mediane koopkracht in 2026 met 0,6% stijgt en in 2027 met 0,3% daalt.
Dat is een duidelijke verslechtering ten opzichte van de voorjaarsraming. In maart ging het CPB nog uit van een koopkrachtstijging van ongeveer 1,4% in 2026 en een nagenoeg gelijkblijvende koopkracht in 2027.
Voor spaarders is vooral de achterliggende ontwikkeling belangrijk. Hogere energieprijzen zorgen voor meer inflatiedruk. Wanneer de spaarrente niet even sterk meestijgt, kan ook de koopkracht van spaargeld onder druk blijven staan.
Wat heeft het CPB veranderd aan de koopkrachtraming?
Het CPB actualiseert meerdere keren per jaar zijn verwachtingen voor de Nederlandse economie. De raming van augustus wordt gebruikt bij de voorbereiding van de begroting voor het volgende jaar.
Ten opzichte van het Centraal Economisch Plan uit maart is het koopkrachtbeeld verslechterd:
2026: de geraamde mediane koopkrachtgroei daalt van ongeveer 1,4% naar 0,6%.
2027: de raming verandert van ongeveer 0,0% naar −0,3%.
De koopkracht neemt volgens de huidige raming in 2026 dus nog toe, maar aanzienlijk minder sterk dan eerder werd verwacht. In 2027 slaat het beeld bij ongewijzigd beleid om naar een lichte daling.
Waarom staat de koopkracht onder druk?
Een belangrijke oorzaak is de hogere inflatie als gevolg van onder meer gestegen energieprijzen. De inflatie wordt voor 2026 en 2027 nu rond 3% geraamd, terwijl eerder een ontwikkeling dichter bij 2% werd voorzien.
Hogere energieprijzen werken op meerdere manieren door. Huishoudens betalen rechtstreeks meer voor bijvoorbeeld brandstof en energie, maar energie is ook een kostenpost voor bedrijven. Daardoor kunnen hogere energieprijzen uiteindelijk doorwerken in de prijzen van goederen en diensten.
De lonen stijgen naar verwachting eveneens. De geraamde cao-loonstijging ligt in 2026 en 2027 rond 4%. Dat helpt om een deel van de prijsstijgingen te compenseren.
Voor 2027 spelen daarnaast lastenverzwaringen een rol. Daardoor vertaalt de nominale loonstijging zich niet volledig in extra besteedbare koopkracht.
Koopkracht van huishoudens is niet hetzelfde als koopkracht van spaargeld
Het is belangrijk om twee begrippen uit elkaar te houden. De koopkrachtcijfers van het CPB gaan over de ontwikkeling van het besteedbare inkomen van huishoudens ten opzichte van prijzen.
De koopkracht van spaargeld werkt anders. Daarbij is vooral het verschil tussen de rente die je ontvangt en de inflatie gedurende dezelfde periode relevant.
Een daling van de mediane koopkracht met 0,3% betekent daarom niet dat je spaargeld automatisch 0,3% minder waard wordt.
Voor spaargeld kun je als eenvoudige benadering kijken naar:
reëel rendement ≈ spaarrente − inflatie
Stel bijvoorbeeld dat de gemiddelde inflatie over een jaar 3% bedraagt en je spaarrente 2,5%. Dan ligt de spaarrente ongeveer 0,5 procentpunt onder de inflatie. Je spaarsaldo groeit in euro’s, maar de prijzen stijgen in dat voorbeeld sneller.
Meer uitleg over deze berekening vind je in Inflatie en spaargeld: zo bereken je het reële rendement.
Wat zegt de huidige inflatie over je spaargeld?
Naast de CPB-vooruitblik zijn er ook actuele inflatiecijfers. Het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde dat de Nederlandse CPI-inflatie in juli 2026 uitkwam op 3,2% ten opzichte van een jaar eerder.
Dat maandcijfer en de CPB-raming zijn niet hetzelfde. De 3,2% van het CBS is een gerealiseerde jaar-op-jaarprijsstijging voor juli. De CPB-cijfers zijn verwachtingen voor de gemiddelde economische ontwikkeling over 2026 en 2027.
Beide ontwikkelingen laten wel zien waarom het voor spaarders relevant blijft om niet uitsluitend te kijken naar hoeveel euro rente een rekening oplevert. Ook de ontwikkeling van het prijsniveau bepaalt hoeveel je later met dat geld kunt kopen.
Meer over het actuele inflatiecijfer lees je in Inflatie juli 2026 naar 3,2%: blijft je spaarrente achter?.
Betekent hogere inflatie automatisch hogere spaarrentes?
Nee. Een hogere inflatie betekent niet dat banken hun spaarrente automatisch met hetzelfde percentage verhogen.
Spaarrentes worden onder andere beïnvloed door het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank, geldmarktrentes, concurrentie tussen banken en de hoeveelheid spaargeld die een bank wil aantrekken.
Hogere inflatie kan wel invloed hebben op de renteverwachtingen. Wanneer de inflatiedruk hardnekkiger blijkt dan verwacht, kan dat gevolgen hebben voor toekomstige besluiten van de ECB en daarmee indirect voor de renteomgeving waarin banken opereren.
De ECB hield op 23 juli 2026 de depositofaciliteitsrente op 2,25%. Dat betekent echter niet dat iedere spaarrekening 2,25% betaalt of dat spaarrentes één-op-één met de ECB-rente bewegen.
Meer hierover lees je in ECB houdt rente op 2,25%: wat betekent dit voor spaarrentes?.
Waarom wordt het renteverschil tussen banken belangrijker?
Wanneer inflatie relatief hoog blijft, telt ieder renteverschil zwaarder mee bij het beperken van koopkrachtverlies.
Stel dat twee vrij opneembare spaarrekeningen respectievelijk 1,5% en 2,5% rente betalen. Bij €20.000 spaargeld betekent één procentpunt renteverschil ongeveer €200 bruto rente per jaar, zolang de percentages gedurende het hele jaar over het volledige saldo gelden.
Dat neemt inflatie niet weg. Een hogere spaarrente kan wel het verschil verkleinen tussen de groei van je spaarsaldo en de stijging van het algemene prijsniveau.
Let daarbij niet alleen op het hoogste geadverteerde percentage. Een actierente kan bijvoorbeeld slechts enkele maanden gelden, beperkt zijn tot nieuwe klanten of alleen over een deel van het saldo worden betaald.
Wat kun je als spaarder nu controleren?
De nieuwe CPB-raming is op zichzelf geen reden om onmiddellijk van bank te wisselen of geld langdurig vast te zetten. Wel is het een aanleiding om te controleren of je spaargeld nog passend is verdeeld.
Controleer hoeveel rente je huidige bank daadwerkelijk betaalt.
Vergelijk die rente met andere vrij opneembare spaarrekeningen.
Bekijk of een hogere rente tijdelijk of structureel is.
Controleer over welk saldo de rente geldt.
Houd voldoende geld vrij beschikbaar voor je financiële buffer.
Vergelijk deposito’s afzonderlijk wanneer je een deel van het geld langere tijd niet nodig hebt.
Controleer altijd welk depositogarantiestelsel van toepassing is.
Actuele variabele spaarrentes en voorwaarden vind je in het spaarrenteoverzicht van RevoSave. Vaste rentes kun je vergelijken in het deposito-overzicht.
Via de RevoSave Spaarindex kun je daarnaast volgen hoe de rente bij verschillende delen van de spaarmarkt zich ontwikkelt.
Kan de koopkrachtraming voor 2027 nog veranderen?
Ja. De cijfers van 14 augustus komen uit de concept-Macro Economische Verkenning. Het gaat om een raming op basis van de economische omstandigheden, beschikbare gegevens en het beleid dat op dat moment in de berekeningen is verwerkt.
De augustusraming vormt een belangrijk uitgangspunt voor de begrotingsbesluitvorming. Het kabinet kan nog maatregelen nemen die invloed hebben op belastingen, toeslagen, uitgaven en daarmee op de uiteindelijke koopkrachtplaatjes.
Daarnaast kunnen economische omstandigheden veranderen. Vooral energieprijzen, inflatie, loonontwikkeling en internationale economische ontwikkelingen blijven onzeker.
Op Prinsjesdag volgt de definitieve Macro Economische Verkenning. De uiteindelijke cijfers voor 2027 kunnen daarom afwijken van de raming van 14 augustus.
Samengevat
Het CPB heeft het koopkrachtbeeld voor Nederlandse huishoudens neerwaarts bijgesteld. De mediane koopkracht stijgt volgens de concept-Macro Economische Verkenning in 2026 nog met 0,6%, maar daalt in 2027 met 0,3% als het beleid niet wordt aangepast.
Voor spaarders betekent een lagere huishoudelijke koopkracht niet automatisch dat hun spaargeld met hetzelfde percentage minder waard wordt. Voor de koopkracht van spaargeld is vooral de verhouding tussen spaarrente en inflatie relevant.
Omdat de inflatie naar verwachting hoger blijft dan eerder voorzien, blijft het belangrijk om te controleren hoeveel rente je ontvangt en hoe die zich verhoudt tot andere spaarrekeningen. Een hogere rente kan inflatie niet voorkomen, maar kan het verlies aan koopkracht van spaargeld wel beperken.
Bronnen
Van uitleg naar vergelijken
Bekijk welke rente en voorwaarden bij je passen
Vergelijk actuele spaarrekeningen en deposito’s van Nederlandse en Europese banken.